NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Inbreukmakend textiel uit China – hoe ver gaat de onderzoeksplicht van de importeur?

Inbreukmakend textiel uit China – hoe ver gaat de onderzoeksplicht van de importeur?

In de luwte tussen de Amsterdam Fashion Week en de Modefabriek heeft het Hof Den Bosch vandaag een interessant arrest gewezen over de onderzoeksplicht van een importeur van inbreukmakende stoffen uit China. Hoe ver gaat deze onderzoeksplicht? Geldt deze ook voor importeurs van andere producten? En stel dat wél aan de onderzoeksplicht zou zijn voldaan, betekent dit dan dat de importeur niet aansprakelijk is voor de schade?

 

Feiten

Nooteboom Textiel B.V. importeert stoffen met dessins uit China. Michael Miller Fabrics LLC (‘MMF’) en ontwerpers Sandi Henderson en Patti Young stellen dat zij de auteursrechten hebben ten aanzien van deze dessins. Het Hof geeft eerst een lesje auteursrecht (voor de geïnteresseerden: zie r.o. 4.8.4.4. en 4.8.4.5. van het arrest) en concludeert vervolgens op basis van het in de procedure overgelegde bewijs dat MMF en Patti Young inderdaad auteursrechthebbenden zijn, maar Sandi Henderson niet. Aangezien de dessins van de stoffen die Nooteboom verhandelt, vrijwel identiek zijn aan de dessins van MMF en Young, staat de ontlening vast.

 

Het onderzoek van Nooteboom

Nooteboom stelt dat zij er al het mogelijke aan heeft gedaan om te voorkomen dat zij stoffen importeert die inbreuk maken op (intellectuele eigendoms-)rechten van derden. Zo doet Nooteboom enkel zaken met betrouwbare leveranciers, die betrouwbaar zijn ten aanzien van zowel de kwaliteit van de producten, het nakomen van afspraken en de afwezigheid van inbreuken op rechten van derden. Nooteboom stelt dat zij haar leveranciers uitdrukkelijk de opdracht geeft om alleen stoffen te leveren die geen inbreuk maken op rechten van derden. En tot slot zegt Nooteboom alleen stoffen aan te schaffen op beurzen en in showrooms met ‘vrijgegeven dessins’, dat wil – volgens Nooteboom – zeggen: dessins die niet in opdracht van derden zijn vervaardigd. Verdergaande controle is volgens Nooteboom niet mogelijk.

 

Onderzoeksplicht volgens het Hof Den Bosch
Het Hof neemt daar geen genoegen mee:

 

4.10.6. (…) Van Nooteboom mocht méér worden verwacht dan zij feitelijk heeft gedaan. De eerste twee handelingen zoals hiervoor aangeduid zijn minimumhandelingen, waaraan inderdaad voldaan zal moeten worden, maar dat is niet genoeg. Het derde aspect is naar 's hofs oordeel niet zo relevant. Immers, dat een fabrikant aan een handelaar geen producten showt die hij in specifieke opdracht van een derde heeft gemaakt sluit niet uit dat hij voor eigen risico namaak op de markt brengt.

4.10.7 Ook 'legale' stoffen die in China worden ontworpen moeten een feitelijke maker hebben. Chinese producenten zullen in elk geval geacht moeten worden op de hoogte van het fenomeen 'namaak' te zijn en kunnen dus niet verrast zijn als hun daaromtrent een vraag wordt gesteld.

4.10.8 Tegen die achtergrond kan Nooteboom niet volstaan met een algemene opdracht dat hij geen stoffen wenst af te nemen waarop rechten van derden rusten noch met een algemene vraag of een bepaalde concrete stof wel rechtenvrij is. Zij zal in voorkomend geval moeten vragen, bijvoorbeeld wie de maker is en waaraan de fabriek het auteursrecht ontleent. Dat alles heeft Nooteboom nagelaten. Daarmee heeft zij onvoldoende aan haar vergewisplicht voldaan en kan zij zich dus niet disculperen. (…)

 

Wat betekent dit?

Het Hof formuleert een vergaande onderzoeksplicht voor de importeur van stoffen uit China. De importeur had zich ervan moeten verzekeren dat de dessins geen inbreuk maakten op rechten van derden, ook al kende hij deze derden, hun dessins en hun rechten niet. Kritische vragen stellen en geruststellende antwoorden krijgen van de Chinese leverancier is niet voldoende. Nooteboom had – zo lees ik tussen de regels door – ‘hard bewijs’ moeten vragen van de authenticiteit van de dessins.

 

De algemene bewoordingen die het Hof gebruikt, betekenen dat dit niet alleen geldt voor importeurs van stoffen, maar voor alle importeurs van ‘massaproducten’. Het geldt bovendien niet alleen voor producten uit China, maar voor producten uit elk land ter wereld. Het is in Nederland min of meer vaste rechtspraak dat professionele handelaren geacht worden onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de door hen verhandelde producten. Als zij dat niet doen, dan zijn de gevolgen voor eigen rekening en risico. Dat extra waakzaamheid is geboden als de producten uit China komen, is een ervaringsregel uit de praktijk, maar daar wil het Hof – terecht – niet teveel over zeggen zonder harde cijfers.

 

Voor handelaren in (look-a-likes van) bekende ontwerpen, ‘stijliconen’ zoals de LC2 fauteuil van Le Corbusier, wordt aangenomen dat een nog verdergaande onderzoeksplicht geldt. Ten aanzien van dat soort beroemde designs mag van elke handelaar in de branche verwacht worden dat hij weet dat dergelijke ontwerpen hoogstwaarschijnlijk auteursrechtelijk beschermd zijn.

 

Het Hof impliceert met zijn overwegingen over de onderzoeksplicht óók dat als een importeur wél aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan, hij zich zou kunnen ‘disculperen’, met andere woorden dat een importeur in dat geval niet verwijtbaar handelt. En dat is interessant. Want voor de vraag of inbreuk wordt gemaakt op auteursrechten speelt verwijtbaarheid geen rol. Als ik het goed zie, dan bedoelt het Hof dat de inbreuk in dat geval niet zou moeten worden toegerekend aan de importeur, en dat de importeur dus geen schadevergoeding hoeft te betalen. Maar de vraag wanneer een importeur dan wél aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan, wordt in dit arrest niet beantwoord. Dat lijkt mij voer voor de Hoge Raad.

BRON: IE-forum.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.