NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • IFOSS Law Book: deel 3 - exclusieve rechten van de auteursrechthebbende op software

IFOSS Law Book: deel 3 - exclusieve rechten van de auteursrechthebbende op software

Recent is het boek “The International Free and Open Source Software Law Book” verschenen bij Open Source Press GmbH (redactie: Ywein Van den Brande, Shane Coughlan en Till Jaeger). Het boek bevat juridische analyses van Free en Open Source Software naar het recht van diverse landen. Het Nederlandse hoofdstuk is verzorgd door SOLV’s advocaten Wouter Dammers en Wanda van Kerkvoorden. Op deze weblog zal iedere week een onderwerp uit deze bijdrage worden behandeld.

 

Eerder blogde ik al over de bescherming van software (in het algemeen) en wie als de auteur van software kan worden aangemerkt.

 

Deze week behandel ik de exclusieve rechten van deze auteur(s) en de beperkingen daarop.

Hoofdregel is dat de auteur van een werk het exclusieve recht heeft om het werk openbaar te maken (artikel 1 en 12 Auteurswet) en om het te verveelvoudigen (artikel 1 en 13 Auteurswet), met inachtneming van de wettelijke beperkingen.

Artikel 4 van de Softwarerichtlijn bepaalt dat auteursrechthebbenden op software het recht hebben om de volgende handelingen te verrichten of het verrichten daarvan toe te staan:

a) de permanente of tijdelijke reproductie voor een deel of het geheel van een computerprogramma, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Voor zover voor het laden of in beeld brengen, of de uitvoering, transmissie of opslag van een computerprogramma deze reproductie van het programma noodzakelijk is, is voor deze handelingen toestemming van de rechthebbende vereist;

b) het vertalen, bewerken, arrangeren of anderszins veranderen van een programma, en de reproductie van het resultaat daarvan, onverminderd de rechten van degene die het programma verandert; en

c) elke vorm van distributie, met inbegrip van het verhuren, van een oorspronkelijk computerprogramma of kopieën daarvan onder het publiek.

Deze specifieke handelingen zijn neergelegd in de artikelen 45j tot en met n van de Auteurswet: openbaar maken betreft ook het verkopen of het ter verkoop aanbieden van de drager van de software, of het beschikbaar stellen van software aan derde partijen ter consultatie; verhuur van software valt ook onder openbaar maken (art. 45h Auteurswet); verveelvoudiging betreft het normale gebruik van software maar ook het herstellen van fouten (art. 45j Auteurswet), het maken van een back-up (art. 45k Auteurswet); het observeren, bestuderen en testen van software (art. 45l Auteurswet) en de decompilatie van de software (art. 45m Auteurswet).

Al deze handelingen (en toestemming aan derden om deze handelingen te verrichten) komen dus exclusief toe aan de auteursrechthebbende. Daarop bestaan echter wel een aantal wettelijke uitzonderingen.

Zo bevatten de artikelen 15 tot en met 17c van de Auteurswet algemene uitzonderingen op het auteursrecht van de auteur, welke ook van toepassing zijn op software (met uitzondering van artikel 16b en 16c). Ik zal deze algemene uitzonderingen hier niet verder bespreken.

Ten aanzien van software bestaan er namelijk ook nog een aantal specifieke uitzonderingen. Eén daarvan is de zogenaamde “first sale doctrine”. Deze doctrine vloeit onder meer voort uit artikel 4 van de Softwarerichtlijn en bepaalt dat de eerste verkoop van een kopie van een programma door de rechthebbende of met diens toestemming leidt tot verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van die kopie, met uitzondering van het recht om controle uit te oefenen op het verder verhuren van het programma of een kopie daarvan. Kortom: eenmaal software verkocht betekent dat je geen rechten meer kunt uit oefenen tegen de verdere distributie van die kopie. Wanneer er sprake is van een eerste “verkoop” van software is echter niet zomaar een uitgemaakte zaak. Zo wordt veel software tegenwoordig slechts online beschikbaar gesteld als dienst (SaaS).

Daarnaast bevatten de artikelen 45j tot en met 45n een aantal andere specifieke uitzonderingen ten aanzien van software, gebaseerd op de artikelen 5 en 6 van de Software richtlijn.

Hieruit volgt dat voor handelingen die voor de rechtmatige verkrijger noodzakelijk zijn om het computerprogramma te kunnen gebruiken voor het beoogde doel, onder meer om fouten te verbeteren, geen toestemming van de rechthebbende is vereist.

Ook kan de rechthebbende het maken van een reservekopie door een rechtmatige gebruiker van het programma niet bij overeenkomst verhinderen, indien die kopie nodig is voor gebruik voor het beoogde doel.

Tevens is de rechtmatige gebruiker van een kopie van een programma gemachtigd om zonder toestemming van de rechthebbende de werking van het programma te observeren, te bestuderen en uit te testen, ten einde vast te stellen welke ideeën en beginselen aan een element van het programma ten grondslag liggen, indien hij dit doet bij het rechtmatig laden of in beeld brengen, de uitvoering, transmissie of opslag van het programma.

Tenslotte is er geen toestemming van de rechthebbende vereist indien de reproductie van de code en de vertaling van de codevorm onmisbaar zijn om de informatie te verkrijgen die nodig is om de interoperabiliteit van een onafhankelijk gecreëerd computerprogramma met andere programma's tot stand te brengen, op voorwaarde dat:

a) deze handelingen worden verricht door de licentiehouder of door een ander die het recht heeft om een kopie van het programma te gebruiken, of voor hun rekening door een daartoe gemachtigde persoon;

b) de gegevens die nodig zijn om de interoperabiliteit tot stand te brengen nog niet eerder snel en  gemakkelijk beschikbaar zijn gesteld voor de onder a) bedoelde personen, en

c) deze handelingen beperkt blijven tot die onderdelen van het oorspronkelijke programma die voor het tot stand brengen van interoperabiliteit noodzakelijk zijn.

Dit biedt overigens niet de mogelijkheid dat de op grond daarvan verkregen informatie:

a) voor een ander doel dan het tot stand brengen van de interoperabiliteit van het onafhankelijk gecreëerde programma wordt gebruikt;

b) aan derden wordt meegedeeld, tenzij dat noodzakelijk is met het oog op de interoperabiliteit van het onafhankelijk gecreëerde programma, of

c) wordt gebruikt voor de ontwikkeling, productie of het in de handel brengen van een qua uitdrukkingswijze in grote lijnen gelijk programma, of voor andere handelingen waarmee inbreuk op het auteursrecht wordt gemaakt.

De rechthebbende kan deze wijze van decompilatie van de software overigens ook niet bij overeenkomst verhinderen.

Volgende week zal ik de morele rechten (persoonlijkheidsrechten) op software bespreken.

BRON: ifosslawbook.org/the-netherlands


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.