NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • IFOSS Law Book: deel 2 - de auteursrechthebbende(n) op software

IFOSS Law Book: deel 2 - de auteursrechthebbende(n) op software

Recent is het boek “The International Free and Open Source Software Law Book” verschenen bij Open Source Press GmbH (redactie: Ywein Van den Brande, Shane Coughlan en Till Jaeger). Het boek bevat juridische analyses van Free en Open Source Software naar het recht van diverse landen. Het Nederlandse hoofdstuk is verzorgd door SOLV’s advocaten Wouter Dammers en Wanda van Kerkvoorden. Op deze weblog zal iedere week een onderwerp uit deze bijdrage worden behandeld.

 

Vorige week blogde ik over de bescherming van software (in het algemeen) naar Nederlands recht. Onderwerp van deze blog is de vraag wie onder de Auteurswet als auteur van software kan worden aangemerkt.

 

De hoofdregel van de Auteurswet is dat de feitelijk maker van een werk de auteursrechthebbende op dat werk is. Simpel gezegd: wie iets maakt heeft het auteursrecht daarop. De Auteurswet stelt dat overigens niet letterlijk, maar uit artikel 1 Auteurswet blijkt dat het auteursrecht het uitsluitend recht is van de maker van een werk. De Software richtlijn biedt meer duidelijk: de maker van een computerprogramma is de (groep van) natuurlijke perso(o)nen die het programma gemaakt heeft.

 

De Auteurswet geeft op deze hoofdregel een aantal uitzonderingen en specifieke regels.

 

Bewijsvermoeden

Zo geeft artikel 4 van de Auteurswet het bewijsvermoeden dat de persoon, die op of in het werk wordt genoemd als de auteur moet worden beschouwd als de auteur van het werk. Denk daarbij aan de naam van de persoon of de gebruiker van of rechthebbende op een logo of merk dat op het werk is aangebracht.

 

Als geen van voornoemde aanwijzingen op het werk zijn te vinden, dan is de persoon die bij de openbaarmaking van het werk als maker daarvan is bekend gemaakt door hem aan te merken als maker – behoudens tegenbewijs.

 

Hierbij merk ik op dat een copyright notice (“© Naam van maker, 2011”) in principe niet kwalificeert als een  bewijsvermoeden dat diegene die daarin genoemd staat de auteur is. Zie bijvoorbeeld de blog van kantoorgenoot Douwe Linders hierover. Het bewijsvermoeden kan daar onder omstandigheden echter wel van worden afgeleid (zie bijvoorbeeld Ktr. Alkmaar, 20 juli 1998, AMi 1999, p. 32).

 

Verzameling

Wanneer twee afzonderlijke werken worden samengevoegd en als één werk wordt verspreid, dan komt het auteursrecht op die verzameling toe aan degene die leiding en toezicht gaf aan de verzameling, of bij gebreke daarvan, aan de verzamelaar. De makers van de afzonderlijke werken behouden overigens hun recht op dat afzonderlijke werk. Voorbeeld in het licht van software kan de verzameling zijn van afzonderlijke broncodes, geluiden en (grafische) user interfaces.

 

Gezamenlijke werken

Wat in de softwarepraktijk vaak zal voorkomen zijn gezamenlijke werken. Immers, vaak wordt een computerprogramma door meerdere personen gezamenlijk ontwikkeld. Artikel 26 van de Auteurswet bepaalt dan dat, indien aan twee of meer personen een gemeenschappelijk auteursrecht op een zelfde werk toekomt, kan, tenzij anders is overeengekomen, de handhaving van dit recht door deze personen los van elkaar geschieden. Dat betreft de handhaving van het recht. De uitoefening van het gezamenlijke auteursrecht wordt niet in de Auteurswet geregeld. Wel in artikel 3:166 e.v. van het Burgerlijk Wetboek. Daaruit blijkt dat de uitoefening alleen kan geschieden indien beide partijen overeenkomst bereiken over die uitoefening.

 

Dit kan met name problematisch zijn als de software is ontwikkeld onder een VoF of maatschap. Als er geen afspraken zijn gemaakt over de uitoefening van de auteursrechten, kunnen er problemen ontstaan wanneer de VoF of maatschap wordt ontbonden.

 

Fictief auteursrecht

Artikel 6 van de Auteurswet wordt vaak ten onrechte uit de kast getrokken bij de vraag wie de auteursrechten op software bezit. Zo stelt dit artikel dat indien een werk tot stand is gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht tot stand is gekomen, dan wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt. Onder leiding en toezicht geven moet worden verstaan dat de toezichthouder de creatieve keuzes maakt in het programmeerproces, en dus als het ware het brein is en de programmeur slechts de handjes. Dat komt niet vaak voor.

 

Wat in de praktijk nog wel eens voor komt is dat de ‘toezichthouder’ zo'n gedetailleerd ontwerp van de software heeft gemaakt, dat de definitieve programmering niets meer is dan slechts een eenvoudig, niet-creatief proces. In dat geval wordt de toezichthouder geacht de auteur van de software te zijn.

 

Werknemers/werkgevers

Een andere vorm van auteursrecht die vaak in de software wereld voortkomt is wanneer werken worden gemaakt in dienstverband. De werkgever wordt in dat geval aangemerkt als de auteur, tenzij anders is overeengekomen. Dit artikel verdient een paar opmerkingen. Allereerst geldt dat de software moet worden gemaakt in dienstverband. Dit betekent dat het de specifieke taak van de werknemer moet zijn om software te ontwikkelen. Als bijvoorbeeld een accountant software ontwikkeld tijdens dienstverband – tijdens zijn vrije tijd of tijdens kantooruren – dan behoudt hij het auteursrecht op de software. Ten tweede merk ik op dat het artikel enkel geldt voor de werkgever-werknemer relatie. Als er geen sprake is van zo’n relatie, dan gaat een beroep op dit dus artikel niet op. In het geval van detachering, freelance, stages en dergelijke zal dus een akte van overdracht vereist zijn om de auteursrechten over te dragen aan het werkgevende bedrijf.

 

Rechtspersonen

Ten slotte merk ik op dat artikel 8 van de Auteurswet bepaalt dat openbare instellingen, verenigingen, stichtingen en vennootschappen als maker van het werk worden aangemerkt als zij een werk openbaar maken als van haar afkomstig, zonder dat daarbij enige natuurlijke persoon als maker van dat werk wordt vermeld. Deze bepaling geldt niet wanneer bewezen wordt dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was.

 

Kortom, er zitten veel haken en ogen aan de beoordeling wie auteursrechthebbende op de software is. Voornoemd overzicht is dan ook niet uitputtend, maar geeft inzicht in de belangrijkste onderwerpen. Zeker bij open source software kan de vraag bij wie het auteursrecht ligt een lastig te beantwoorden vraag zijn. In een latere blog zal ik hier dieper op in gaan.

 

Volgende week zal ik de rechten van de auteursrechthebbende bespreken, en de beperkingen daarop in het licht van software.

BRON: ifosslawbook.org/the-netherlands/


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.