NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Hoge Raad uitspraak over opschorting en ontbinding

Hoge Raad uitspraak over opschorting en ontbinding


De Hoge Raad heeft recent een uitspraak gewezen over opschorting en ontbinding. De vraag die procespartijen verdeeld houdt, is of de partij die als eerst moet presteren een opschortingsrecht toekomt, en of die opschortende partij daarna mocht ontbinden.

Het Hof oordeelde van niet, omdat de eerst-presterende partij volgens het Hof in verzuim verkeerde door niet aan zijn verplichting te voldoen. Het ging in casu om een betalingsverplichting. De Hoge Raad tikt het Hof op de vingers. 

Even voor de achtergrond. ADT heeft op 23 augustus 2002 met een "EASY software update overeenkomst" gesloten. Deze overeenkomst hield voor Delata onder meer de verplichting in om, kort gezegd, minimaal twee keer per jaar een update van software te leveren aan Tyco. Als tegenprestatie verplichtte Tyco zich tot het betalen van een jaarlijks in januari door Delata te factureren bedrag voor de in het desbetreffende jaar te verlenen diensten. De producent van de software-updates wasechter de in Duitsland gevestigde onderneming Autec, en die had het dealercontract met Delata per 1 januari 2007 beëindigd. Desalniettemin heeft Delata daarna, nl. op 29 januari 2007 conform de software-overeenkomst een bedrag van € 68.267,-- aan Tyco gefactureerd voor het jaar 200. Tyco had die factuur onbetaald gelaten.

De klacht  bij de Hoge Raad luidt letterlijk als volgt: "Onderdeel 2 richt zich onder meer tegen het oordeel in rov. 23 dat Tyco met betrekking tot de factuur van 29 januari 2007 geen beroep kon doen op de onzekerheidsexceptie van art. 6:263 lid 1 BW, aangezien zij op het moment dat zij dat beroep deed (op 16 maart 2007), in verzuim verkeerde ten aanzien van de betaling van die factuur. Het onderdeel betoogt dat zelfs wanneer de betalingstermijn voor 16 maart 2007 zou zijn verstreken, dit niet in de weg staat aan een beroep op art. 6:263 lid 1 BW."

De Hoge Raad oordeelt daar als volgt over. Ingevolge art. 6:263 lid 1 BW is de partij die verplicht is het eerst te presteren, niettemin bevoegd de nakoming van haar verbintenis op te schorten, indien na het sluiten van de overeenkomst te harer kennis gekomen omstandigheden haar goede grond geven te vrezen dat de wederpartij haar daartegenover staande verplichtingen niet zal nakomen.

De Hoge Raad vervolgt door te overwegen dat Tyco heeft aangevoerd dat zij de factuur over 2007, ondanks de overeengekomen betalingstermijn, niet behoefde te voldoen -  omdat zij goede grond had te vrezen dat Delata in 2007 haar verplichtingen niet zou nakomen. Tyco heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het dealercontract tussen Delata en Autec per 1 januari 2007 was beëindigd, zodat Delata niet langer toegang had tot de software-updates.

Het hof heeft die door Tyco gestelde vrees gegrond bevonden in haar uitspraak. De Hoge Raad gaat daarvan dan ook uit.

Dit brengt volgens de Hoge Raad alsdan mee dat Tyco ingevolge art. 6:263 lid 1 BW niet binnen de overeengekomen termijn behoefde te betalen en zich daartoe - ook voor het eerst na het verstrijken van die termijn - kon beroepen op haar in dit artikel bedoelde opschortingsrecht (vgl. HR 11 januari 2008, LJN BB7195, NJ 2009/342). De klacht slaagt dus, zodat het bestreden arrest niet in stand kan blijven.

Over de ontbinding wordt vervolgens nog het volgende overwogen. "Onderdeel 3 klaagt onder meer dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de ontbinding van de overeenkomst bij conclusie van antwoord (die dateerde van 7 november 2007) ingevolge art. 6:269 BW geen terugwerkende kracht heeft en daarom alleen kan zien op de facturen over 2008 en 2009. De klacht is gegrond. Een ontbinding bevrijdt immers de partijen van "de daardoor getroffen verbintenissen" (eerste zin van art. 6:271 BW), en blijkens de tweede zin van art. 6:271 BW kan een partij door ontbinding van de overeenkomst ook over een reeds verstreken periode van haar verbintenissen bevrijd worden (vgl. HR 6 juni 1997, LJN ZC2389, NJ 1998/128, rov. 3.5). "

Tyco heeft in dat verband gesteld dat Delata haar verbintenissen vanaf begin 2007 niet meer is nagekomen en dat zij, Tyco, op die grond haar betalingsverplichting over 2007 heeft opgeschort en de overeenkomst - in haar conclusie van antwoord van 7 november 2007 - buitengerechtelijk heeft ontbonden. Dat brengt volgens de Hoge Raad mee dat de ontbinding de verbintenissen uit de software-overeenkomst vanaf begin 2007 treft, zodat Tyco door die ontbinding ook bevrijd wordt van haar betalingsverplichting over 2007.

De Hoge Raad kan vervolgens de zaak zelf afdoen: "Nu Delata niet (genoegzaam) heeft bestreden dat zij vanaf begin 2007 haar verplichtingen niet is nagekomen, moet als vaststaand worden aangenomen dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de software-overeenkomst. Mede in aanmerking genomen dat Tyco Delata bij brief van 16 maart 2007 in gebreke heeft gesteld, was Tyco bevoegd die overeenkomst met ingang van 2007 te ontbinden. Dit brengt mee dat het vonnis van de rechtbank dient te worden bekrachtigd." De rechtbank had eerder de vordering van Delata om Tyco te veroordelen tot betaling van de factuur afgewezen.

Lees hier het arrest.





 

BRON: rechtspraak.nl en mr F. Jaspers


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.