NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Hoge Raad schept duidelijkheid over bewijsbeslag in de cloud

Hoge Raad schept duidelijkheid over bewijsbeslag in de cloud


Op 13 september jongstleden heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op prejudiciële vragen over het bewijsbeslag, welke vragen op de voet van artikel 392 Rechtsvordering door een voorzieningenrechter aan de Hoge Raad waren gesteld.

De antwoorden werpen, onder meer, een interessant licht op een bewijsbeslag in de cloud. De Hoge Raad geeft namelijk aan dat onder omstandigheden moet worden meegewerkt aan het toegankelijk maken van gegevens in de cloud. De Hoge Raad schept hiermee duidelijkheid voor de praktijk.

De vraag die door de voorzieningenrechter in dit verband was gesteld, is of er voor de beslagene een verplichting bestaat om mee te werken aan de beslaglegging - in die zin dat hij verplicht is het in het verlof bedoelde bewijsmateriaal toegankelijk te maken voor beslaglegging door het verstrekken van gebruikersnamen, wachtwoorden.

De Hoge Raad antwoordt dat, indien tijdens de tenuitvoerlegging van het beslagverlof, er redelijke gronden blijken te bestaan om te vermoeden dat de beslagene (of een derde) digitale bestanden die onder het beslagverlof vallen, elders dan op een aangetroffen gegevensdrager bewaart (bijvoorbeeld ‘in the cloud’), de beslagene alsdan deze bestanden voor de deurwaarder toegankelijk dient te maken. De rechterlijke toestemming tot beslaglegging omvat in dit soort gevallen, volgens de Hoge Raad, immers uit haar aard mede een tot de beslagene of de derde gericht bevel om de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de beslaglegging omdat die toestemming anders zinloos zou zijn.

Lees hieronder het volledige antwoord op de vraag, en klik hier voor de uitspraak zelf.

"Bij de beantwoording van vraag 6 ten slotte wordt het volgende vooropgesteld. De in de vraag bedoelde medewerkingsplicht heeft betrekking op de tenuitvoerlegging door de deurwaarder van het door de voorzieningenrechter gegeven verlof tot beslaglegging. Zij moet worden onderscheiden van de op de voet van art. 843a Rv te beoordelen vraag of, en zo ja in hoeverre, de beslaglegger inzage, afschrift of uittreksel van de in beslag genomen bescheiden wordt verschaft.
De medewerkingsplicht waarop de vraag betrekking heeft, betreft de tenuitvoerlegging van het beslagverlof.

Een medewerkingsplicht als hier bedoeld hoeft niet te worden aangenomen indien tijdens de beslaglegging een gegevensdrager wordt aangetroffen waarop een of meer versleutelde of met een toegangscode beschermde bestanden staan. Indien redelijke grond bestaat om te vermoeden dat deze bestanden zijn aan te merken als bescheiden in de zin van het beslagverlof, kan de deurwaarder deze gegevensdrager zelf in beslag nemen indien de bestanden niet voor hem toegankelijk worden gemaakt. De rechter in de hoofdzaak beoordeelt of de wederpartij of de derde is gehouden de toegang tot de bestanden te verschaffen; hetzelfde geldt voor de consequenties voor het geval dit ten onrechte wordt geweigerd.

Indien tijdens de tenuitvoerlegging van het beslagverlof echter redelijke gronden blijken te bestaan om te vermoeden dat de beslagene of de derde digitale bestanden elders dan op een aangetroffen gegevensdrager (bijvoorbeeld ‘in the cloud’) bewaart, en dat deze bestanden vallen onder het beslagverlof, dient hij – onverminderd hetgeen hiervoor in 3.3.2 is vermeld - deze bestanden voor de deurwaarder toegankelijk te maken. De rechterlijke toestemming tot beslaglegging omvat in dit soort gevallen immers uit haar aard mede een tot de beslagene of de derde gericht bevel om de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de beslaglegging omdat die toestemming anders zinloos zou zijn."

BRON: rechtspraak.nl en itenrecht.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.