NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Highlights vonnis Majesteit-meisje vs. Geenstijl

Highlights vonnis Majesteit-meisje vs. Geenstijl

In vervolg op mijn blog van vorige week hierbij de vindplaats van het vonnis in de zaak van het Majesteit-meisje tegen Geenstijl. Het kort geding vonnis van 10 februari 2011 kan worden gevonden op rechtspraak.nl, in de database uitspraken, LJN: BP3926.

Uit de berichtgeving op onder ander Nu.nl was al duidelijk geworden dat de rechtenstudente, die in beschonken toestand een filmpje op de website van Geenstijl te zien geweest is, van de Voorzieningenrechter moet ophouden met het executeren van dwangsommen. Volgens de Voorzieningenrechter, mevr. Tonkens-Gerkema, heeft Geenstijl het vonnis voldoende nageleefd.

Ik was persoonlijk benieuwd op welke gronden de rechter tot deze beslissing is gekomen, en met name hoe het verbod op het executeren van dwangsommen in het dictum is verwoord. Dit is immers een zaak die zich leent voor talloze executieperikelen, dus ik kon me voorstellen dat de rechter zou pogen het risico partijen weer spoedig terug te zien, in te dammen. Is zij daar in geslaagd? Het dictum luidt als volgt:

5.1 gebiedt [gedaagde] om zich te onthouden van iedere vorm van aanzegging, executie of incasseren van dwangsommen aan of ten laste van GS Media op grond van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 11 september 2009 (KG ZA 09-1971), voor zover dit betrekking heeft op de afbeeldingen, tekst, stills en/of andere content die aan de orde zijn geweest in de processen-verbaal van 23 juli 2010, 11 augustus 2010 en 10 december 2010 (de producties 4, 5 en 3 van GS Media) en de aanzegging van 21 december 2010 (productie 6 van GS Media), zoals aangehaald onder 2.13, 2.16, 2.17 en 2.19 in dit vonnis);

De rechter heeft het verbod op executeren van dwangsommen strikt beperkt tot de aanzeggingen zoals die concreet door de studente jegens Geenstijl zijn gedaan. Zij heeft blijkens rechtsoverweging 4.9 het gebod op deze wijze beperkt, om te voorkomen dat het het meisje onmogelijk gemaakt zou worden om Geenstijl dwangsommen aan te zeggen, op welke grond dan ook. Hiermee heeft zij echter naar mijn mening wel de deur wagenwijd open gezet om naar aanleiding van alle andere uitingen die nog ergens op internet te vinden zijn en die niet in de in het dictum begrepen aanzeggingen zijn meegenomen, opnieuw dwangsom aanzeggingen te doen. Mijns inziens was het beter geweest om toch een poging te wagen tot een iets ruimer gebod te komen, bijvoorbeeld door af te kaderen dat executie ten aanzien van uitingen die niet direct of indirect, te herleiden zijn tot Geenstijl,  onder het gebod zou vallen.

Verder verdient rechtsoverweging 4.7 van het vonnis bijzondere aandacht. De rechter maakt daarin een onderscheid tussen het kunnen vinden van de verboden content door middel van zoekmachines, of het gericht intypen van een specifiek internet adres:

(...) Anders dan [gedaagde] heeft betoogd moeten de desbetreffende beelden dan echter wel zonder uitgebreid zoeken toegankelijk zijn voor het (gewone internet) publiek, zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van specifieke adressen. Dat dit hier aan de orde is, is niet aannemelijk geworden. Voorshands is immers niet aangetoond dat de afbeeldingen na het vonnis op normale wijze vindbaar waren voor het publiek. De deurwaarder heeft de afbeeldingen namelijk alleen kunnen vinden door de specifieke bij punt 2.17 weergegeven adressen in te toetsen.

Naar mijn mening mag er geen onderscheid gemaakt worden tussen de manieren waarop content gevonden wordt. Zowel het vinden via een zoekmachine als het intypen van een URL zijn mijns inziens manieren waarop het publiek op normale wijze iets kunnen vinden. Anders zou het zijn als de content op een afgeschermde website of besloten forum zouden staan, maar daarvan lijkt hier geen sprake te zijn.

Kortom: het vonnis laat naar mijn mening nog veel ruimte over voor executieperikelen en zeker voor een hoger beroep als het gaat om de "vindbaarheid" van de verboden content. Dit muisje/meisje krijgt dus wellicht nog weer een staartje...

 

 

BRON: Rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Bart donderdag 17 maart 2011 12:37

In het vonnis (2.25) staat dat volgens een rapport van 26 januari 2011, opgesteld door een door GS media ingeschakelde internetdeskundige, gebleken is dat gewraakte afbeeldingen momenteel niet fysiek aanwezig zijn op de websites van GS Media. En dat onderzoek en bestudering van de cache van zoekmachines evenmin aanwijzing geeft dat het materiaal recentelijk online heeft gestaan bij www.geenstijl.nl.
De constateringen die door de deurwaarder zijn gemaakt vormen volgens deze internetdeskundige geen forensisch bewijs van een actuele en correcte weergave van de betreffende websites op het moment van raadpleging. Ze bewijzen volgens hem niet dat het materiaal op het geconstateerde tijdstip daadwerkelijk toegankelijk is geweest vanaf de servers van GS Media. Doordat veel computergebruikers bewust en onbewust gebruik maken van een cache kan een vals beeld ontstaan over de actualiteit van de informatie.

De deurwaarder weerspreekt dit (2.26) door te stellen dat hij de bedoelde links nooit heeft ingetikt voordat hij deze heeft ingetikt en geopend om zijn proces-verbaal op te maken op 10 december 2010.

Uit de beoordeling van de rechtbank (4.6): "Nu de over en weer door partijen in het geding gebrachte (technische) gegevens en hun visie daarop niet eensluidend zijn, valt in dit kort geding niet zonder meer aan te nemen dat de in dit proces-verbaal getoonde afbeeldingen afkomstig zijn van de server van GS Media en dat deze afbeeldingen na de vonnisdatum daar nog online te vinden waren."

Volgens ICT-jurist Arnoud Engelfriet (blog.iusmentis.com) is de door GS media ingeschakelde internetdeskundige niemand minder dan moderator "Joris von Loghausen" van GeenStijl. In dat geval is er niet bepaald bepaald sprake van een onafhankelijk deskundige. Het is dan niet ondenkbaar dat hij de gewraakte afbeeldingen na 10 december 2010 van de websites van GS Media heeft "weggejorist", voordat hij het rapport heeft opgemaakt.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.