NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Het verstrekken van NAW-gegevens bij inbreuk en de bewaarplicht

Het verstrekken van NAW-gegevens bij inbreuk en de bewaarplicht

Vorige week verscheen een interessante conclusie van Advocaat Generaal Jaaskinen over het verstrekken van NAW-gegevens van inbreukmakers.

De conclusie gaat over prejudiciĆ«le vragen die het Zweedse hooggerechtshof heeft gesteld.  Het onderliggende geding speel tussen een aantal uitgevers van luisterboeken en een internetprovider. Een klant van de internetprovider heeft een aantal bestanden, waarop de uitgevers exclusieve rechten hebben, geupload via een filesharingprogramma.  De uitgevers vorderden in een procedure tegen de internetprovider dat deze de NAW-gegevens van de betreffende gebruiker zouden verstrekken.

De vordering werd in eerste aanleg toegewezen, maar in hoger beroep afgewezen. De hoogste Zweedse rechter stelde vervolgens vragen aan het Hof van Justitie EU over de uitleg van de volgende richtlijnen:

-       de richtlijnen over bescherming van persoonsgegevens (95/46/EG en 2002/58/EG), waarin onder andere is neergelegd dat gegevens alleen mogen worden verwerkt voor vooraf bepaalde doelen.

-       de richtlijn over handhaving van intellectuele eigendomsrechten (2004/48/EG), waarin onder andere in bepaalde omstandigheden de mogelijkheid wordt gegeven om informatie over de inbreuk te vorderen.

-       de richtlijn over het bewaren van communicatiegegevens (2006/24/EG), waarin is opgenomen dat aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten bepaalde gegevens moeten bewaren.

Het geding gaat over de vraag of de bewaarplicht m.b.t. communicatiegegevens in de weg staat aan toepassing van nationale bepalingen op het gebied van bescherming van intellectuele eigendomsrechten die het mogelijk maken dat een rechthebbende de NAW-gegevens van een inbreukmaker vordert bij een internetprovider.

Als eerste komt de Advocaat Generaal tot de conclusie dat de richtlijn over de bewaarplicht niet van toepassing is op het verstrekken van NAW-gegevens in een civiele procedure. Deze richtlijn heeft immers alleen tot doen om te garanderen dat die gegevens beschikbaar zijn voor het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige criminaliteit. Daarom biedt de richtlijn ook alleen de mogelijkheid tot verstrekking aan de bevoegde nationale autoriteiten. De richtlijn is dus niet toepasbaar in een civiele procedure over inbreuk op rechten van intellectuele eigendom.

Vervolgens gaat de Advocaat Generaal in op de verhouding tussen de richtlijnen over de bescherming van persoonsgegevens en de richtlijn over de bewaarplicht. Hij stelt vast dat in geen van de richtlijnen bepalingen zijn opgenomen over het bewaren of gebruiken van telecommunicatiegegevens in het kader van de bestrijding van inbreuken op intellectuele eigendomsrechten in civiele zaken.

In het Promusicae arrest heeft het Europese Hof al geoordeeld dat de bescherming van persoonsgegevens er niet aan in de weg hoeft te staan dat de NAW-gegevens van een inbreukmaker worden verstrekt in het kader van een civiele procedure.  De grondbeginselen van beide richtlijnen dienen echter wel te worden geĆ«erbiedigd. Dat brengt onder andere mee dat het in strijd zou zijn met de beginselen van bescherming van persoonsgegevens om gebruik te maken van de databestanden die internetproviders in het kader van de bewaarplicht hebben aangelegd voor andere doeleinden dan  die in de betreffende richtlijn zijn gesteld.

De houders van intellectuele eigendomsrechten hebben daarom niet het recht om persoonsgegevens te gebruiken, wanneer die gegevens zijn verzameld of bewaard in het kader van de bewaarplicht. Dit is alleen anders wanneer in de nationale regelgeving een maatregel is opgenomen die voorziet in een beperking van het recht op bescherming van persoonsgegevens. Die beperking moet dan wel een noodzakelijke, redelijke en proportionele maatregel zijn.

Of de in Nederland bestaande praktijk met betrekking tot het vorderen van NAW-gegevens (op grond van het Lycos/Pessers-arrest van de Hoge Raad) hiermee in het gedrang komt is nog onduidelijk. Het wachten is op de uitspraak van het Hof van Justitie EU. Eerder heeft de minister, naar aanleiding van het Promusicae-arrest nog wel aangegeven geen aanleiding te zien tot wijziging van de huidige praktijk, aangezien op grond van de criteria uit Lycos/Pessers een uitgebalanceerde belangenafweging plaats kan vinden.

BRON: curia.europa.eu


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.