NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Het auteursrecht op de schop, als ik het mag zeggen

Het auteursrecht op de schop, als ik het mag zeggen

De juridische glossy Mr vroeg vijf wijze mannen op het gebied van het recht van intellectuele eigendom voor één dag minister van Justitie & Veiligheid te zijn. Wat zouden zij doen? In Mr bijdragen van Dirk Visser, Bernt Hugenholtz, Feer Verkade, Robert van Peursem en mijzelf.

Als ik minister van Justitie was zou ik het auteursrecht aanpassen: vergoedingsrechten in plaats van verbodsrechten.

 

Op 18 januari van dit jaar ging het internet een dag op “zwart”. Websites als Wikipedia, Google, Wired en honderden anderen protesteerden daarmee tegen een Amerikaans wetsvoorstel: de Stop Online Piracy Act, kortweg SOPA genoemd. Het wetsvoorstel introduceerde aanvullende bevoegdheden voor rechthebbenden om op te treden tegen inbreuken op hun auteursrechten.

 

Met SOPA zouden met name maatregelen tegen intermediairs als zoekmachines kunnen worden getroffen om de toegang tot illegaal materiaal te blokkeren. Dit raakte aan het open karakter van het internet. Blackout Day was een succes; het wetsvoorstel werd ingetrokken, zeer tot het ongenoegen van de Amerikaanse film- en platenindustrie. Inmiddels wordt aangedrongen op allerlei andere wetgeving om de handhaving van auteursrechten te vereenvoudigen.

 

Wetgeving om inbreuken op auteursrechten te bestrijden, is als anti-terrorisme wetgeving. Er is een kwaad dat moet worden bestreden, daar is iedereen het over eens, maar niet tegen elke prijs. Waar handhaving slechts mogelijk is door aantasting van individuele grondrechten, moet gezocht worden naar andere mogelijkheden om het doel van het auteursrecht te realiseren.

 

Dat doel is het stimuleren van de creatie van beschermd materiaal. Om dat te bereiken, heeft de wetgever er van oudsher voor gekozen exclusieve verbodsrechten te verstrekken. De rechthebbende kan het anderen verbieden zijn werk te verveelvoudigen of openbaar te maken. De verbodsrechten zijn een middel om voorwaarden aan het gebruik te verbinden, de meest voor de hand liggende is betaling.

 

Bij het formuleren van de verbodsrechten wordt aangeknoopt bij de wijze waarop in de praktijk beschermd materiaal wordt geëxploiteerd. Ieder tijdsbestek kent zo zijn dominante exploitatievormen. In de tijd van de Gutenberg drukpers was het reproductierecht of kopijrecht een logisch verbodsrecht. Het verleende bescherming tegen het nadrukken van boeken. De opkomst van film, radio en televisie zijn steeds apart geaccommodeerd in de Auteurswet.

 

De verbodsrechten, gevormd naar de wensen van de op dat moment dominante exploitatievormen, hebben machtige film- en platenmaatschappijen opgeleverd. Ook het internet heeft tot uitbreiding van de verbodsrechten geleid. Handhaving van die rechten is tot nu toe niet succesvol gebleken. Voor rechthebbenden is het bovendien nog altijd niet duidelijk hoe geld te verdienen met internetexploitatie.

 

De afgelopen vijftien jaar is er te weinig ruimte tot experimenteren geweest omdat de industrie het gebruik van films en muziek stelselmatig weigert. Populaire Amerikaanse diensten als Pandora (streaming radio) en Netflix (streaming video) doen er eindeloos over om de vereiste licenties te verkrijgen in Europa en zijn nog steeds niet in Nederland beschikbaar.

 

Het auteursrecht met zijn stelsel van verbodsrechten heeft een geconcentreerde media-industrie gecreëerd die innovatie belemmert. Het is tijd om te beoordelen of het auteursrecht niet op een andere wijze zijn doel kan bereiken, niet via verbodsrechten, maar met behulp van vergoedingsrechten.

 

Een vergoedingsrecht schept het recht op een vergoeding voor gebruik; de exploitatie kan alleen niet worden verboden. Dat betekent dat de introductie van nieuwe diensten niet kan worden belemmerd door monopolistische mediamolochs. Tegelijkertijd garandeert het recht op een vergoeding dat er betaald wordt voor het gebruik.

 

Hoe werkt zo’n systeem in de praktijk? Dat kan afgeleid worden uit het bescheiden aantal vergoedingsrechten dat de Auteurswet al kent. In het geval van bijvoorbeeld het doorgeven van televisie door kabelbedrijven of kopiëren van muziek door consumenten, heeft de wetgever gekozen voor een vergoedingsrecht in plaats van een verbodsrecht. Hierdoor hebben rechthebbenden de introductie van kabeltelevisie of Apple’s iPod niet kunnen verhinderen.

 

Uitbreiding van het handhavingsinstrumentarium is niet de weg uit de crisis die het auteursrecht kenmerkt. Een grondige herbezinning van het systeem van exclusieve rechten is dat wel.

Lees hier de column in Mr.

BRON: Mr


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIES (2)

dagmar vrijdag 14 september 2012 10:26

Christiaan pleit je nu voor een vergoeding gelinked aan internetabonnementen? Op zich aardige gedachte gezien je met een paar eurootjes per maand per breedbandinternetabonnement in NL (6 - 7 miljoen?) toch al aardig in de buurt komt van de omzet van de huidige entertainmentindustrie.

Ewout van der Linden vrijdag 14 september 2012 10:42

Goede, heldere column, echter de wijze waarop vergoedingsrechten in de praktijk leiden tot nieuwe, aantrekkelijke verdienmodellen is niet duidelijk genoeg.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.