NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Geslaagd beroep op portretrecht, vier jaar na dato

Geslaagd beroep op portretrecht, vier jaar na dato

De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft vorige week uitspraak gedaan in een zaak betreffende de vraag of publicatie op een website van een artikel met daarin “stevige bewoordingen” jegens een (voormalig) uitgever van een sporttijdschrift, alsmede publicatie van zijn portret, onrechtmatig is.

Het betrof hier het tijdschrift Sportswomen.nl, dat – zoals de naam al doet raden –  artikelen bevatte die in opdracht werden geschreven door sportvrouwen. Een voormalig professioneel marathonloopster (hierna: ‘marathonloopster’) was een van deze vrouwen, maar ontving als tegenprestatie voor het schrijven niet de afgesproken vergoeding van de uitgever van het blad.

In 2008 heeft de marathonloopster zich over de uitgever uitgelaten in een artikel (met als kop “Pas op voor [naam uitgever]!!”) dat zij plaatste op haar website. In dit artikel beschuldigt ze de betreffende uitgever onder andere van leugenachtige praktijken en het gebruiken van netwerken en namen en waarschuwt ze onder meer investeerders, schrijvers, drukkers en adverteerders om niet met de man in zee te gaan. Bovendien is aan het bericht een foto van de uitgever toegevoegd en is in december 2011 een extra toevoeging bij de kop van het bericht geplaatst (“Pas op voor [naam uitgever]!! Noemt zich inmiddels [naam uitgever]”).

Ook al is het betreffende artikel al ongeveer vier jaar geleden gepubliceerd, was de aanleiding voor het starten van onderhavig kort geding voor de uitgever waarschijnlijk mede het door hem in 2011 ontvangen mailtje van een bekende:

"...... Als ik je google, verschijnt er al snel een artikeltje van een zekere [naam marathonloopster] over je, aangaande sportswoman. Ik neem aan dat je dat artikeltje ook wel kent. Kan je mij eens wat meer over de achtergrond hiervan vertellen. ......"

Het artikel
De uitgever vordert ten eerste (blijvende) verwijdering van het artikel van de website. Hij stelt daarbij dat derden gemakkelijk kennis kunnen nemen van het artikel, hetgeen hem kan belemmeren bij zakelijke/commerciële activiteiten. De voorzieningenrechter wijst deze vordering af en acht daarbij van belang dat het artikel al bijna vier jaar geleden op internet is geplaatst en dat het niet aannemelijk is dat het artikel thans als één van de eerste zoekresultaten wordt weergeven als men via Google zoekt op de verschillende namen waaronder uitgever naar buiten treedt.

Daarnaast hecht de rechter waarde aan het feit dat het artikel op de betreffende website niet snel in het oog springt. Ook al is het artikel met enig nader zoeken wel te vinden op de website, is dit  al jaren het geval en dus van onvoldoende gewicht. Bovendien doet het er ook niet aan af dat de toevoeging van de “nieuwe” naam van de uitgever, pas in december 2011 is geschied. 

Nu de uitgever niet aannemelijk kan maken dat er voor hem “een nijpende situatie” is ontstaan, valt ook niet in te zien dat sprake is van een spoedeisend belang, zodat de voorzieningenrechter de vordering tot verwijdering van het artikel afwijst.

Wel stelt de voorzieningenrechter: “Het voorgaande laat onverlet dat er geen twijfel over kan bestaan dat de publicatie van het Artikel op de website van [W] een aantasting van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] meebrengt, terwijl het Artikel stevige beschuldigingen en negatieve kwalificaties bevat. In beginsel staat het [gedaagden] vrij om, als zij menen dat het noodzakelijk is om een misstand aan de kaak te stellen, dit te doen; evenzeer heeft [eiser] echter recht op bescherming van zijn eer en goede naam. De vraag of publicatie van het Artikel op de website van [W] onrechtmatig is, ligt dus in het spanningsveld tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op bescherming van de eer en goede naam en de persoonlijke levenssfeer anderzijds.”

Er dient dus een afweging van belangen te volgen, welke in deze zaak voor de marathonloopster en daarmee het recht op vrijheid van meningsuiting, gunstig uitvalt. Voor deze afweging achtte de voorzieningenrechter met name van belang in hoeverre de uitlatingen op waarheid berusten en de bewoordingen nodeloos grievend zijn. Daar in deze zaak aannemelijk wordt bevonden dat in elk geval een groot deel van de bewoordingen van het artikel op de waarheid berusten, hoeft (als wel sprake was voldoende spoedeisend belang) niet ingegrepen te worden. Wel komt de voorzieningenrechter nog met een verzachting door de marathonloopster te adviseren de toonzetting van het artikel iets aan te passen, aangezien de inkleding van het artikel in sommige opzichten nodeloos vergaand is. 

Het portret
Wat betreft de vordering tot (blijvende) verwijdering van de bij het artikel geplaatste foto van de uitgever, heeft laatste daarmee meer succes. Het betreft hier een zonder opdracht vervaardigd portret in de zin van artikel 21 Auteurswet (‘Aw’), voor publicatie waarvan de uitgever geen toestemming heeft verleend.

De voorzieningenrechter formuleert het portretrecht van de uitgever op een omslachtige wijze. Hij stelt dat de uitgever "in beginsel" het recht toekomt om publicatie van deze foto te doen verbieden, en wel "reeds op grond van het enkele feit dat de foto zonder toestemming bij het artikel is geplaatst (…) dit recht kan [eiser] alleen ontzegd worden indien geoordeeld moet worden dat hij geen redelijk belang heeft bij een verzet tegen openbaarmaking."

Artikel 21 formuleert het echter anders en spreekt niet over toestemming. De geportretteerde kan zich slechts dan tegen publicatie verzetten, indien hij een redelijk belang heeft.

Vervolgens acht de voorzieningenrechter een redelijk belang in deze zaak voldoende aannemelijk, nu de uitgever zeer herkenbaar op de foto staat in de context van een artikel waarin zijn persoonlijke levenssfeer wordt aangetast.

De voorzieningenrechter stelt, onder verwijzing naar het welbekende Vondelpark-arrest van de Hoge Raad uit 1988, dat "uit het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer vloeit voort dat indien de openbaarmaking van een portret inbreuk maakt op dit recht, in beginsel sprake is van een redelijk belang van de geportretteerde als bedoeld in artikel 21 van de Auteurswet dat zich tegen die openbaarmaking verzet.”

Vervolgens volgt een afweging van bovengenoemd belang met hetgeen de marathonloopster heeft (het belang om derden te waarschuwen voor de uitgever) bij plaatsing en handhaving van de foto bij het artikel. De voorzieningenrechter laat de afweging ten gunste van de uitgever uitvallen, nu hij van mening is dat voor de waarschuwing in het artikel niet ook plaatsing van de foto noodzakelijk is. Op grond van het bovenstaande, dient de bij het artikel geplaatste foto van de uitgever op de website dan ook te worden verwijderd.

Mijn conclusie
Hoewel het gevoel van sommigen wellicht zal zeggen dat het ‘onuitwisbare karakter’ van internetpublicaties juist een (spoedeisend) belang voor een gedupeerde zal opleveren, valt uit deze uitspraak af te leiden dat een gedupeerde in kort geding toch nogal eens met lege handen kan blijven staan indien hij of zij niet op tijd tegen de betreffende publicatie opkomt.

Daarnaast wordt, wat betreft de (ongewenste) publicatie van andermans portret, in onderhavige uitspraak weer eens bevestigd dat deze publicatie proportioneel dient te zijn en werkelijk dient bij te dragen aan de boodschap die de plaatser ervan uit wil dragen.

Hoewel in dit geding na vier jaar niet meer tegen publicatie van het artikel kan worden opgekomen, geldt dit niet voor publicatie van het portret. Een geslaagd beroep op het portretrecht dus. Vier jaar na dato.

Lees hier de uitspraak

Door: Aimée van Hattum

 

BRON: Rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.