NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Geen handelsnaaminbreuk door NUON, wel lesje IE proceskosten voor NUON

Geen handelsnaaminbreuk door NUON, wel lesje IE proceskosten voor NUON

De rechtbank Amsterdam heeft in december 2010 uitspraak gedaan in een geschil tussen NUON en een geanonimiseerde eiser die meende een oudere handelsnaam te hebben. De rechtbank stelt het niet met zoveel woorden, maar tussen de regels door lees je dat deze geanonimiseerde eiser vermoedelijk op zoek was naar een zak geld onder het mom ' NUON heeft diepe zakken'.

De rechtbank wijst de zaak terecht af. Ten eerste is er helemaal geen blijk van een gevoerde handelsnaam. Maar, voegt de rechtbank er nog even fijntjes aan toe, ook al zou die handelsnaam er wel zijn, dan nog steeds geen inbreuk:

"4.1.  Op grond van artikel 5 van de Handelsnaamwet (hierna: Hnw) mag iemand zijn onderneming niet drijven onder een naam, die reeds door een ander rechtmatig wordt gevoerd, een en ander voor zover daardoor bij het publiek verwarring te duchten is. [A] stelt niet meer dan dat hij houder is van een oudere handelsnaam en dat de jongere handelsnaam van N.V. Nuon daarvoor dient te wijken. [A] stelt niet dat sprake is van verwarringsgevaar. Desgevraagd is ter zitting door de raadsman van [A] betoogd dat N.V. Nuon de handelsnaam Nuon ook niet mag voeren indien van verwarringsgevaar geen sprake is. Dat is niet wat er uit artikel 5 Hnw voortvloeit. Nu [A] zelfs desgevraagd naar het verwarringsgevaar en na op de tekst van artikel 5 Hnw te zijn gewezen niet stelt dat sprake is van verwarringsgevaar, heeft [A] onvoldoende gesteld om tot toewijzing van het gevorderde te komen.

4.2.  De rechtbank wijst er ten overvloede op dat, ook indien [A] zou hebben gesteld dat sprake is van verwarringsgevaar, de vorderingen zouden zijn afgewezen. Hiervoor is in de eerste plaats van belang dat de rechtbank niet is gebleken dat de handelsnaam Havenservice NUON B.V. is gevoerd. Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming in het handelsverkeer optreedt (artikel 1 HnW). Het onder een bepaalde naam ingeschreven staan in het handelsregister van de Kamers van Koophandel is daartoe onvoldoende. Voor het kunnen inroepen van de bescherming van de Hnw is vereist dat de onderneming daadwerkelijk onder de naam in het handelsverkeer optreedt. De handelsnaam dient daadwerkelijk ter identificatie van de onderneming te worden gebruikt. Ook na de betwisting door Nuon dat de door [A] bedoelde handelsnaam is gevoerd, heeft [A] geen begin gemaakt met aan te tonen dat dit wel degelijk het geval is geweest. In deze procedure is dan ook niet komen vast te staan dat de handelsnaam Havenservice NUON B.V. is gevoerd. Ook indien dat wel het geval zou zijn geweest, zou dit niet tot toewijzing van enige vordering kunnen leiden. Havenservice NUON B.V. is in november 1992 wegens faillissement opgeheven. De rechtbank moet er daarom met Nuon van uitgaan – hetgeen door [A] niet is betwist – dat de eventuele handelsnaam Havenservice NUON B.V. sinds die tijd niet meer is gevoerd. De handelsnaam Nuon wordt door N.V. Nuon sinds 1994 gevoerd. Zo er een handelsnaam Havenservice NUON B.V. is gevoerd, is die handelsnaam in 1994 vervallen. Er is derhalve hoe dan ook geen sprake van strijd met een oudere handelsnaam.

4.3.   De rechtbank gaat met het bovenstaande nog geheel voorbij aan het feit dat eventuele handelsnaamrechten niet aan [A] toebehoorden, maar aan de rechtspersoon waar hij als directeur in dienst was. [A] stelt ter comparitie dat hij de naam Nuon heeft verzonnen en dat hem dus de eigendom van die naam toekomt. Uit hetgeen de rechtbank onder 4.2 heeft overwogen vloeit voort dat de bedenker van een naam geen handelsnaamrecht toekomt. Als de door [A] bedachte naam als handelsnaam is gevoerd, komt het handelsnaamrecht de rechtspersoon toe waar [A] in dienst was. [A] heeft (ook) gelet op het voorgaande nooit enig handelsnaamrecht gehad met betrekking tot de naam Nuon."

Het vonnis bevat voorts een paar interessante overwegingen over de daadwerkelijke kostenveroordeling, en de plicht tot specificatie. Nuon vordert een veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte kosten, maar stelt "niet welk bedrag zij vordert (en heeft in het verlengde daarvan ook niets gespecificeerd)."  Nuon betoogt, aldus de rechtbank, onterecht dat hier na de comparitie nog ruimte voor zou zijn:

 4.5.  Als de in het ongelijk gestelde partij zal [A] in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Nuon verzoekt ex artikel 1019h Rechtsvordering een vergoeding van de volledige kosten van de procedure. Ten aanzien van deze kosten geldt dat de gevorderde kosten zo tijdig opgegeven en gespecificeerd dienen te worden dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (HR 30 mei 2008, NJ 2008/556, [B] tapes). Nuon stelt niet welk bedrag zij vordert (en heeft in het verlengde daarvan ook niets gespecificeerd). Haar stelling dat hier na de comparitie nog ruimte voor zou zijn, is onjuist. Dat is in de eerste plaats het geval omdat Nuon in het geheel niet stelt welk bedrag zij vordert. Zelfs indien zij dat wel zou hebben gedaan, wordt aan een nadere onderbouwing niet toegekomen. Zoals in het Landelijk Procesreglement en in het tussenvonnis is vermeld dienen stukken uiterlijk twee weken voor de terechtzitting de rechtbank en de wederpartij te hebben bereikt. Dit is een regeling van goede procesorde met het oog op het recht van hoor en wederhoor. Omdat partijen tot en met de zitting kosten maken is in de IE-Indicatietarieven - in afwijking van het procesreglement - opgenomen dat uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de zitting een gedetailleerde opgave van de kosten dient te worden overgelegd. Dat is niet gebeurd, terwijl dit wel mogelijk was. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om, gelijk door de advocaat van Nuon bij faxbrief van 11 november 2010 is verzocht, Nuon toe te staan op dit punt een nadere akte te nemen. Uit punt 6 van de IE-Indicatietarieven volgt dat indien de proceskosten niet zijn onderbouwd ten hoogste het liquidatietarief wordt toegewezen. De rechtbank zal de proceskosten gelet op het voorgaande toewijzen conform het liquidatietarief.

4.6.  [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van N.V. Nuon worden begroot op:
-  vast recht    € 263,00  (1 x € 263,00)
-  salaris advocaat    € 768,00   (2,0 punten x tarief € 384,00)
Totaal      € 1.031,00"


Lees hier de uitspraak.

 

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.