NL EN

G-Star lust ze wel RAW

G-Star blijft actief optreden tegen (vermeende) inbreuken op haar RAW merken. Onlangs spande zij een kort geding aan tegen H&M vanwege het gebruik van de woorden "Raw beat experience" op een shirt van H&M. G-Star won het kort geding, omdat H&M niet aannemelijk kon maken dat de aanduiding "raw" voor kleding een gangbare aanduiding is. G-Star heeft daarentegen wel voldoende aannemelijk gemaakt dat verwarringsgevaar bestaat. De voorzieningenrechter oordeelde dan ook dat sprake is van merkinbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. H&M krijgt een pan-Europees verbod opgelegd “omdat gedaagde niet heeft willen toezeggen dat zij de weergegeven tekens niet buiten Nederland zal gebruiken.”

 

Tot zover de executive summary van de zaak. Wat mij opviel, was een overweging van de rechter over het door G-Star overgelegde marktonderzoek: “G-Star heeft overgelegd een verslag van een onder leiding van een kantoorgenoot van haar raadsman uitgevoerd onderzoek onder 458 respondenten naar de bekendheid van het Gemeenschapsmerk. Volgens dit verslag zou door circa 30% van de respondenten bij confrontatie met de tekens 'RAW' en gevraagd waaraan zij dachten de naam G-Star of GapStar (de rechtsvoorganger van G-Star) zijn genoemd.  H&M bestrijdt niet dat dit verslag een juiste weergave van het onderzoek is of dat de opzet van het onderzoek niet juist is. Wel bestrijdt zij dat het Gemeenschapsmerk een bekend merk is.”

G-Star heeft dus een marktonderzoek laten uitvoeren door haar eigen advocaat (althans een kantoorgenoot). De uitkomst van dit onderzoek is gunstig voor G-Star. En H&M heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit onderzoek. Onbegrijpelijk! Ook bij de rechter bestaat, zo lees ik tussen de regels door, enige verbazing over het feit dat H&M geen bezwaar heeft gemaakt tegen dit allesbehalve objectieve onderzoek. Het is immers bekend dat marktonderzoeken in IE-procedures nogal eens terzijde worden geschoven, omdat er vaak eenvoudig kritiek op kan worden uitgeoefend.

Er is recentelijk veel gesproken en gepubliceerd over de waarde van marktonderzoeken in juridische procedures, en in het bijzonder in IE- en reclamezaken. Zo kwam de rechtbank Arnhem in december 2009 met een notitie waarin onder meer het gebruik van marktonderzoeken in IE procedures wordt besproken.

“In sommige procedures over merkinbreuk laat de merkrechthebbende een marktonderzoek uitvoeren om aan de hand daarvan aan te tonen dat er sprake is van een merkinbreuk. Veelal laat de andere partij dan ook een marktonderzoek uitvoeren om daarmee aan te tonen dat er van zo’n merkinbreuk juist geen sprake is. In de jurisprudentie ziet men regelmatig dat de rechter beide marktonderzoeken tegen elkaar wegstreept en op basis van een eigen analyse van de feiten een beslissing over de gestelde merkinbreuk neemt.”  In de notitie worden vervolgens drie mogelijkheden besproken om het marktonderzoek in de rechtszaal beter tot zijn recht te laten komen.

In een artikel uit maart van dit jaar laten Sander Gellaerts (jurist) en Terry Häcker (marktonderzoeker) zich kritisch uit over de marktonderzoeken die werden gebruikt in de Lego / Mega Brands zaak. Hun conclusie luidde: “Zonder een uitspraak te willen doen over de rechtmatig dan wel wenselijkheid van de IEpositie van Lego, menen wij in ons artikel voldoende handvatten aan te reiken voor de opvatting dat het marktonderzoek waarop deze beslissing is gebaseerd een gammel bouwwerkje is met een zeer wankele basis, dat het verdiende al bij het hof in elkaar te storten. Dat was zeker geen lego.”

 

Voorts zijn er vele uitspraken waarin overwegingen terug te vinden zijn over marktonderzoeken. Enkele voorbeelden zijn: HR 20 november 2009, LJN: BJ6999, BIE 2010/1 (Lego/Mega Brands), Rechtbank ’s-Gravenhage, 25 november 2009, HA ZA 09-414, G-Star / Pepsico, ook over RAW), Rechtbank Arnhem, 9 september 2009, HA ZA 08-1778 (Coca-Cola / Superunie).

Genoeg munitie dus voor H&M om op het marktonderzoek van G-Star te schieten. Overigens had de rechter natuurlijk ook kritisch naar het marktonderzoek kunnen kijken en in de beoordeling mee kunnen nemen dat het geen objectief onderzoek was. Misschien heeft de rechter dat ook wel gedaan, maar in de uitspraak lees ik dat niet terug.

Wellicht nieuwe kansen voor H&M in hoger beroep?



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.