NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Fw geeft curator geen recht op toegang tot administratie in de cloud

Fw geeft curator geen recht op toegang tot administratie in de cloud

In zijn arrest van 26 maart jl. heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bepaald dat de Faillissementswet (Fw) en meer in het bijzonder de artt. 92 en 93a Fw, de curator geen recht geven om kosteloos of tegen een zeer geringe vergoeding de administratie van een gefailleerde "uit de cloud te halen". Het Hof stelt dat er terughoudend moet worden omgegaan met de bevoegdheden van de curator en gelet op die gepaste terughoudendheid, aldus het Hof, kunnen uit art. 93a Fw geen andere bevoegdheden worden afgeleid dan dat de curator toegang heeft tot elke plaats voor zover dat voor de vervulling van zijn taak noodzakelijk is. Hieruit vloeit geen recht tot kosteloze dienstverlening of dienstverlening tegen een zeer geringe vergoeding door de cloud dienstverlener van de gefailleerde voort.

Wat was er in deze zaak nu precies aan de hand?

Op 22 september 2011 is de onderneming Retera Interieurwerken in staat van faillissement verklaard. Voor haar administratie maakte Retera gebruik van cloud computing, waartoe zij sinds 2000 een overeenkomst met de dienstverlener Vict had gesloten. Nadat een betalingsachterstand is ontstaan en nadat Retera in staat van faillissement is verklaard, heeft Vict – op 7 oktober 2011 – haar dienstverlening gestaakt. Tengevolge daarvan heeft de curator vanaf die datum geen toegang meer tot de administratie van Retera, die opgeslagen is op de externe servers van Vict. Om de administratie weer toegankelijk te maken voor de curator zouden, zo schrijft Vict in een e-mail aan de curator van 11 oktober 2011, nogal wat handelingen nodig zijn:

"(…) Alle databases hebben we bevroren. Nu moeten we server installeren, operating systemen installeren, VOffice software installeren en daarna de databases weer koppelen.
Hierdoor heb je een werkend VOffice systeem met alle databases zoals projecten, voorraad, uren, acties, agenda, uitleen, mail, werknemers, bestanden, bijlage etc etc
We willen dit aanbieden voor eenmalig 3.000,- bij opdracht en 1.000,- euro per maand.
(…)."

De curator meent dat het voor een goede afwikkeling van het faillissement van Retera noodzakelijk is dat hij inzage heeft in de administratie van Retera. Om die administatie geordend en leesbaar te kunnen raadplegen dient de curator te kunnen inloggen op de software van Vict. De curator stelt dat nu hij recht heeft op toegang tot de administratie in het belang van de gezamenlijke schuldeisers en uit hoofde van zijn wettelijke taken, meer in het bijzonder de artt. 92 en 93a Fw, hij er recht op en een spoedeisend belang bij heeft dat Vict hem daartoe in de gelegenheid stelt. De curator vordert op grond hiervan in kort geding kosteloze medewerking van Vict dan wel een vergoeding die gemaximeerd zou moeten worden op EUR 25,= per maand.

De Voorzieningerechter te ’s-Hertogenbosch wijst in zijn vonnis van 20 maat 2012 de vorderingen van de curator af. De Voorzieningenrechter overweegt dat de curator weliswaar vergaande bevoegdheden toekomen, maar dat die bevoegdheden niet zo ver reiken dat de curator aanspraak kan maken op meer dan de enkele verstrekking van (leesbare) administratieve gegevens. Voor zover er diensten van Vict nodig zijn om de gegevens bruikbaar te maken zal de curator, aldus de Voorzieningenrechter, voor die diensten moeten betalen.

De curator kan zich in dit vonnis niet vinden en stelt hoger beroep in. In het hoger beroep wordt ervan uitgegaan dat de ter beschikking gestelde gegevens onbruikbaar zijn en alleen met behulp van de software van Vict, VOffice, toegankelijk kunnen worden gemaakt. De discussie spitst zich toe op de vraag of Vict voor haar medewerking al dan niet een commerciële vergoeding mag vragen, zoals zij in haar e-mail van 11 oktober 2011 heeft gedaan.

Het Hof vat dit in overweging 3.3. van zijn arrest als volgt samen.

   3.3.De faillietverklaring van Retera heeft in beginsel geen gevolgen gehad voor de tussen Retera en Vict gesloten overeenkomst; de rechten en verplichtingen van de partijen bij die overeenkomst zijn door de faillietverklaring op zichzelf niet gewijzigd.
Ervan uitgaande dat op het moment van de faillietverklaring een betalingsachterstand bestond en Vict nog informatie van Retera onder zich had, deed zich de situatie voor als beschreven in artikel 37 Fw. Dit artikel bepaalt dat, indien partijen bij een wederkerige overeenkomst ten tijde van het faillissement van één van hen, hun verplichtingen over en weer nog niet volledig zijn nagekomen, de wederpartij de curator een redelijke termijn kan stellen waarbinnen deze dient te verklaren of hij bereid is de overeenkomst gestand te doen. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat de curator, zo hij zich daartoe bereid verklaart, verplicht is om zekerheid te stellen voor de nakoming van de overeenkomst. Verklaart de curator zich echter niet bereid om de overeenkomst gestand te doen, dan verliest hij krachtens het eerste lid de bevoegdheid om zijnerzijds nakoming te vorderen.
Het stond de curator derhalve in beginsel vrij die overeenkomst gestand te doen, zulks uiteraard tegen betaling van de overeengekomen maandelijkse vergoeding. In dat geval had op de oude voet gebruik gemaakt kunnen blijven worden van de diensten van Vict.
De curator heeft van die mogelijkheid echter geen gebruik willen maken, althans niet na 7 oktober 2011. Hij heeft zich met een beroep op de artikelen 92 en 93a Fw op het standpunt gesteld dat hem die diensten in het belang van de boedel om niet, althans tegen een veel lagere (kosten)vergoeding, ter beschikking gesteld dienden te worden.”

Over de reikwijdte van de bevoegdheden van de curator overweegt het Hof vervolgens als volgt.

“3.6.Bij de beantwoording van de vraag hoe ver de bevoegdheden reiken die de wetgever aan de curator heeft toegekend teneinde hem in de gelegenheid stellen zijn taak als curator uit te oefenen, past terughoudendheid. De door de curator gemaakte vergelijking met de bevoegdheden die ingevolge de artikelen 47 en 48 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de daarin bedoelde inspecteur zijn toegekend, kan hem daarom niet baten.
Gelet op die gepaste terughoudendheid kunnen ook uit artikel 93a Fw geen andere bevoegdheden worden afgeleid dan dat de curator toegang heeft tot elke plaats voor zover dat voor de vervulling van zijn taak noodzakelijk is.

3.7.Gegeven het feit dat de curator de overeenkomst tussen Retera en Vict niet gestand heeft willen doen, kan Vict naar het voorlopig oordeel van het hof, gelet op het hiervoor overwogene, niet worden gehouden om de voor haar uit die overeenkomst voortvloeiende werkzaamheden toch voort te zetten. De artikelen 92 en/of 93a Fw noodzaken Vict daartoe in ieder geval niet. Niet valt in te zien dat Vict voor de door de curator verlangde werkzaamheden niet de - commerciële - vergoeding zou mogen verlangen die door Vict en Retera daarvoor was overeengekomen. Evenals de voorzieningenrechter is het hof voorshands van oordeel dat de curator geen recht heeft op kosteloze dienstverlening of dienstverlening tegen een zeer geringe vergoeding die niet in verhouding staat met de tussen Vict en Retera daarvoor overeengekomen prijs. Een belangenafweging kan niet tot een ander oordeel leiden.”

Van belang bij deze afweging van het Hof lijkt te zijn dat de curator geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de overeenkomst tussen Retera en Vict gestand te doen en er, zo heeft Vict gesteld en de curator volgens het Hof niet, althans onvoldoende, bestreden, niet onaanzienlijke tijd en moeite verbonden zou zijn aan de wens van de curator om de zich onder Vict bevindende informatie goed en leesbaar aan hem ter beschikking te stellen.

Een leerzame uitspraak dus voor curatoren.

Zorg ervoor dat direct na het faillissement inzichtelijk is in hoeverre er medewerking van ict-, waaronder clouddienstverleners, nodig is en doe die overeenkomsten gestand voor de duur, benodigd om de administratie en andere benodigde gegevens op gestructureerde wijze tot de beschikking te krijgen. Dat voorkomt zaken als de onderhavige, die de boedel ongetwijfeld veel meer geld gekost heeft dan het gestand doen van de overeenkomt van in casu EUR 1.473,75 per maand of het latere commerciële aanbod in de e-mail van eenmalig EUR 3.000,= en vervolgens EUR 1.000,= per maand.

De vraag of hier misschien sprake was van een dubieus spelletje powerplay tussen curator en Vict ten koste van de boedel lijkt dan ook gerechtvaardigd. De curator zal deze vraag wellicht pareren door te stellen dat er nu voor de toekomst in ieder geval duidelijkheid is en dat dat de kosten van het geding in eerste en tweede aanleg rechtvaardigt. Dit is inderdaad duidelijk, maar pragmatisch is het niet, zo’n arrest bijna anderhalf jaar nadat de gegevens nodig waren. En het is zeker niet in het voordeel van de schuldeisers van Retera, laat staan Vict, die haar daadwerkelijke kosten voor deze procedure uiteraard niet volledig vergoed zal zien in de proceskostenveroordeling.

Lees hier het hele arrest.

 

BRON: Rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.