NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Fruits of the poisoned tree in het civiele recht

Fruits of the poisoned tree in het civiele recht

In het strafrecht is deze leer heel duidelijk: onrechtmatig verkregen bewijs dient te worden uitgesloten van de procedure. In het civielrecht ligt dat anders. Uitgangspunt is een vrij bewijsstelsel.

Maar waar ligt de grens? Ik kom hierop in verband met een recente uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam.  Een (inmiddels ex-) werknemer heeft heimelijk een geluidsopname gemaakt van een gesprek tussen hemzelf en de directeur. De directeur had nota bene gevraagd of de werknemer het gesprek opnam, maar de werknemer gaf aan het gesprek niet op te nemen. Niet waar dus, want heel kort voor de zitting komt de opname toch nog boven water in de procedure. De werkgever verzoekt om het bewijs uit te sluiten.

De kantonrechter haakt aan bij een Hoge Raad uitspraak uit 1987, en concludeert dat  er geen "rechtens ontoelaatbare inbreuk"  op de privacy is geweest. De kantonrechter legt de drempel voor uitsluiting dus hoger dan de inbreuk zelf. Het moet kennelijk gaan om een rechtens ontoelaatbare inbreuk. De rechtsoverweging luidt letterlijk als volgt:

"NAM stelt zich voorts op het standpunt dat de transcriptie als onrechtmatig verkregen bewijs moet worden aangemerkt dat buiten beschouwing moet worden gelaten. De kantonrechter overweegt hierover dat voor uitsluiting van dit bewijs sprake moet zijn van een rechtens ontoelaatbare inbreuk - zoals aangevoerd - op de privacy van [naam 1], zulks op basis van bijkomende omstandigheden die deze conclusie rechtvaardigen (zie ook Hoge Raad 16 juni 1987, LJN: AC9997, NJ 1988, 850). Deze bijkomende omstandigheden zijn naar het oordeel van de kantonrechter in onvoldoende mate aanwezig. De gesprekken met [verweerder] heeft [naam 1] gevoerd in zijn hoedanigheid als directeur van NAM, als werkgever van [verweerder], waarbij deze gesprekken in overwegende mate een zakelijk karaker hadden. Het enkele feit dat [naam 1] er niet bedacht op hoefde te zijn dat zijn gesprekken met [verweerder] zouden worden opgenomen - zeker niet nadat hij [verweerder] daarnaar had gevraagd en deze dit ontkende - leidt niet tot de conclusie dat sprake is van een rechtens ontoelaatbare inbreuk op de privacy. Wel acht de kantonrechter dit een omstandigheid die bij de beoordeling van het goed werknemerschap in het kader van toepassing van de kantonrechtersformule aan de orde kan komen. De transcriptie heeft dan ook bewijskracht voor de stellingen van partijen in deze procedure. "

De rechter neemt de inbreuk wel mee in de bepaling van de ontbindingsvergoeding. De opnames worden de werknemer aangerekend door de kantonrechter, nu er geen objectieve noodzaak voor was.

Lees hier de uitspraak

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.