NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Europese Hof moet opnieuw beslissen over privacy en piraterij

Europese Hof moet opnieuw beslissen over privacy en piraterij

In de Promusicae-zaak uit 2008 moest het Europese Hof van Justitie beslissen over de verhouding tussen privacy en piraterijbestrijding. Het Hof heeft toen echter geen duidelijke richting gegeven aan de lidstaten. Kort samengevat heeft het Hof beslist dat lidstaten niet gehouden zijn om intermediairs (zoals internet service providers) te verplichten om de persoonsgegevens van een internetgebruiker te verstrekken aan derden in het kader van een civiele procedure wegens beweerdelijke schending van auteursrechten. Lidstaten zijn echter ook niet gehouden om intermediairs te verbieden persoonsgegevens aan derden te verstrekken. Wel heeft het Hof aangegeven dat nationale rechters en wetgevers rekening moeten houden met grondrechten en beginselen zoals het proportionaliteitsbeginsel. Nog korter samengevat: het is aan de lidstaten overgelaten om tot een oplossing te komen.

 

Een enigzins vergelijkbare zaak uit Zweden moet nu ook behandeld worden in Luxemburg. De feiten zijn als volgt:

 

Verzoeksters (Bonnier Audio e.a.) zijn uitgevers van audioboeken. Zij bezitten exclusieve rechten op 27 titels en stellen dat deze werken voor het publiek toegankelijk zijn gemaakt door middel van een FTP-server, waardoor inbreuk is gemaakt op hun rechten. Dit alles was mogelijk gemaakt door de internetprovider kortweg “ePhone” die een breedband verbinding ter beschikking had gesteld. Verzoeksters dagen ePhone voor de rechter om de naam van de gebruiker van de breedbandverbinding (het IP-adres) geleverd te krijgen. ePhone weigert dit met een beroep op de Dataretentierichtlijn. ePhone dringt er bij verschillende rechters op aan dat er vragen aan het Europese Hof voorgelegd worden. De verwijzende Zweedse rechter stelt het Hof uiteindelijk twee vragen:

 

1) Staat de Dataretentierichtlijn in de weg aan de toepassing van een op artikel 8 van de Handhavingsrichtlijn gebaseerde nationale bepaling volgens welke in een civielrechtelijke procedure een internetprovider met het oog op de identificatie van een abonnee kan worden gelast aan een auteursrechthouder of diens vertegenwoordiger informatie te verstrekken over de abonnee aan wie de internetprovider het IP-adres heeft toegewezen dat is gebruikt om inbreuk te maken op het auteursrecht, wanneer de verzoeker een duidelijk bewijs van de inbreuk op een bepaald auteursrecht heeft overgelegd en die maatregel in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel?

 

2) Heeft de omstandigheid dat de lidstaat de Dataretentierichtlijn nog niet in nationaal recht heeft omgezet ofschoon de termijn daarvoor is verstreken, invloed op het antwoord op vraag 1?

 

Dit wordt een interessante zaak. Bits of Freedom geeft commentaar, met veel verdere verwijzingen. De organisatie constateert – terecht – dat function creep zijn intrede doet bij de bewaarplicht.

 

Ik hoop dat het Europese Hof meer privacybescherming biedt dan het deed in het Promusicae-vonnis.

 

Hier een vertaling van de Zweedse verwijzingsuitspraak, hier de vragen op de site van het Europese Hof.

 

BRON: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Bits of Freedom, Curia


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.