De afgelopen maanden hoor je veel in het nieuws dat de ene software fabrikant de ander beticht van inbreuk op ‘patenten’, ook wel octrooien genoemd. Met name de fabrikanten van smartphones vinden de laatste tijd gretig de weg naar de Amerikaanse rechtbanken. Ook app-ontwikkelaars worden steeds vaker aangesproken op vermeende inbreuken op octrooien. Volgens de Britse krant The Guardian resulteert dit in een terugtrekkende beweging van Europese app-ontwikkelaars uit de Amerikaanse App Store en Android Market. De ontwikkelaars vrezen voor rechtszaken en kiezen eieren voor hun geld. In de VS is het mogelijk om octrooien te verkrijgen op niet-technische uitvindingen. Software-toepassingen kunnen daarom ook octrooirechtelijk worden beschermd in de VS. In Europa is dit niet het geval. Computerprogramma’s (als zodanig) worden hier namelijk expliciet uitgesloten van octrooirechtelijke bescherming. Een octrooi op software is dus, kort gezegd, niet mogelijk. Overigens merk ik daarbij op dat een hardwarematige schakeling die een technisch probleem met nieuwe en niet voor de hand liggende technische kenmerken oplost wel in aanmerking komt voor octrooibescherming. Als software eenzelfde handeling kan verrichten als de hardwarematige-uitvinding dan kan ook de software octrooirechtelijke bescherming genieten.
Er gaan dan ook stemmen op dat het Amerikaanse octrooisysteem ‘kapot’ is. De documentaire “Patent Absurdity” geeft hier een goed beeld van: