NL EN

De waarde van wederhoor

 

Commentaren op uitspraken van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) gaan steeds minder over de uitspraak zelf, steeds meer over het gezag van de RvdJ.

 

Op 1 mei maakte Elsevier bekend dat een klacht van Tweede Kamerlid Hero Brinkman tegen het weekblad gegrond is verklaard. Mijn collega Vita Zwaan blogde daar gisteren al over. Elsevier, dat niet inhoudelijk bij de RvdJ heeft gereageerd op de aantijgingen van Brinkman, laat in reactie niet na het gezag van de RvdJ ter discussie te stellen.

 

Hoofdredacteur Joustra stelt dat “de RvdJ elke relatie met de werkelijkheid heeft verloren. Terecht nemen steeds meer media de Raad niet meer serieus.” Vorige maand moest Victor Lebesque, de voorzitter van de RvdJ, zijn instituut nog verdedigen bij De Waan van de Dag, het nieuwe programma van Clairy Polak. Toen was het Ronald Ockuysen, de adjunct-hoofdredacteur van Het Parool, die aangaf de RvdJ niet meer te erkennen.

 

Veelgehoorde kritiek op de RvdJ is dat het orgaan voor zelfregulering van de media andere criteria hanteert dan de rechter. De uitspraken van de RvdJ zouden door een echte rechter niet nagevolgd worden. Ook Joustra wijst daar in zijn kritiek op. “Politici mogen hard worden aangepakt en bij de rechter zou Brinkman dan ook geen enkele kans maken.”

 

Dat is kritiek die de RvdJ zich moet aantrekken. Wanneer de legitimatie van de RvdJ in het geding is en het door een deel van de eigen achterban niet meer wordt erkend, komt er van de nagestreefde zelfregulering weinig terecht.

 

Volgens Elsevier heeft de RvdJ naar aanleiding van de klacht van Brinkman ten onrechte geoordeeld dat het tijdschrift wederhoor had moeten toepassen. Heeft het tijdschrift gelijk? Ik vind van wel.

 

Op 18 januari schreef Elsevier-redacteur Gertjan van Schoonhoven een commentaar op de gebeurtenissen rond de Arondeuslezing. Voor het tweede achtereenvolgende jaar had de PVV zich gemengd in de keuze van degene die de lezing hield. Brinkman verstuurde een tweet waarin hij het honorarium van de beoogde spreker Rene Boender “compleet over de top” noemde.

 

“Arondeuslezing doet Rene Boender. Deze klimaatgoeroe vraagt rond 6.500 euro voor lezing van half uurtje. Compleet over de top. Graaier!”


 

Als gevolg hiervan ontving Boender dreigtelefoontjes. Daarop trok hij zich terug. De klacht van Brinkman richt zich op het volgende commentaar van Van Schoonhoven hierop:

 

“Onthutsend aan deze affaire is dat Brinkman het helemaal niet erg lijkt te vinden dat het zo is gegaan. Blijkbaar vindt hij zo’n Twitter-knokploegje stiekem wel handig om z’n politieke doelen te bereiken. Maar het deugt van geen kant. Harde straatvechterspolitiek is prima, maar wel graag ìn de politieke arena en met open vizier. En zonder dreigementen.”

 

In zijn klacht wijst Brinkman erop dat hij de actie weldegelijk heeft afgekeurd. Nadat bekend werd dat Boender voor de eer bedankte, tweette het Kamerlid op 12 januari: “Boender ziet af van Arondeuslezing. Hij kreeg een onvriendelijk telefoontje. Vervelend voor hem maar hoop dat provincie lezing nu afblaast.”

 

De RvdJ oordeelt onder meer dat wederhoor had moeten worden toegepast door het tijdschrift. Ook overweegt dat RvdJ dat de beschuldigingen aan het adres van Brinkman geen steun vinden in de feiten. Volgens de RvdJ heeft Elsevier gesuggereerd dat Brinkman via dreigementen politieke doelen nastreeft. Dat lees ik echter niet in het commentaar. Het gedrag van Brinkman dat door Elsevier wordt afgekeurd, is dat hij Twitter gebruikt om bepaalde politieke doelen te bereiken.

 

Het commentaar van Elsevier, dat een column-achtig karakter draagt, is duidelijk een mening. Het past daarbij dat de redactie zich stevig uitdrukt. Dat geldt helemaal nu het commentaar betreft op bepaald gedrag van een politicus. Wie de publieke zaak dient als Kamerlid, moet meer dan wie ook tegen een stootje kunnen. Het is bij uitstek de rol van de pers om politici kritisch te volgen.

 

Brinkman heeft zelf niet opgeroepen tot dreigementen aan het adres van Boender, maar zijn stemmingmakende tweet draagt bij aan een sfeer van verdachtmakingen. Door Boender publiekelijk een graaier te noemen met als (politiek) doel dat een lezing geen doorgang vindt, ondergraaft hij opzettelijk de reputatie van de spreker. Wanneer vervolgens blijkt dat de man naar aanleiding van deze berichtgeving wordt bedreigd, is het terecht dat Elsevier daar schande van spreekt. Dat Brinkman in een vervolgtweet aangeeft dat hij het vervelend vindt voor Boender, neemt niet weg dat hij in hetzelfde bericht oproept de Arondeuslezing af te blazen.

 

Wat had wederhoor is dit geval opgeleverd? Niets. Wederhoor heeft slechts nut om de waarheid te achterhalen. Het gaat dan om feitelijke berichtgeving die geverifieerd moet worden. Bij opiniestukken is dat slechts relevant in het geval de mening op een feitelijke bewering is gebaseerd. Maar in dit geval lijken de feiten me duidelijk. En de mening terecht.

BRON: Elsevier


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.