NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • De contractspartij achter NS Hispeed

De contractspartij achter NS Hispeed

Eind vorige week verscheen het vonnis van 24 april van de Rechtbank Midden-Nederland, sector kanton op rechtspraak.nl. De zaak speelde tussen een treinreiziger (eiser) en de Nederlandse Spoorwegen N.V. (de NS) en betrof een retourtreinreis van Hengelo naar Berlijn.

De feiten

De kantonrechter stelt als feit vast dat de eiser op 29 april 2012 om 6.41 uur op de website van NS Hispeed een retourtje heeft gekocht tussen Hengelo en Berlijn, met een heenreis om 8.58 op dezelfde dag. Tijdens het bestelproces heeft eiser de algemene voorwaarden van NS Hispeed geaccepteerd. Het e-ticket van de treinreis ontving eiser echter pas om 8.35 uur. Hierdoor kon hij het ticket niet meer uitprinten en ook op station Hengelo konden ze eiser niet helpen. Hierdoor was eiser genoodzaakt een nieuw ticket te kopen.

De procedure

Hoewel NS Hispeed na de betekening van de dagvaarding de kosten van de ongebruikte tickets heeft vergoed, heeft eiser de procedure voortgezet met de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de veroordeling van de NS in de proceskosten.

Eiser beroept zich in de procedure op dwaling en subsidiair op de stelling dat de NS jegens hem wanprestatie heeft gepleegd door pas 23 minuten voor vertrek de link naar het treinticket aan hem toe te sturen. De NS verweert zich met een vordering tot niet-ontvankelijk verklaring van de vorderingen van eiser en subsidiair afwijzing van de vordering.

De NS onderbouwt de vordering tot niet-ontvankelijkheid met het argument dat eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard. Uit de algemene voorwaarden, die eiser heeft geaccepteerd bij het kopen van het ticket, volgt dat de internationale treinreizen niet door NS, maar door HSA Beheer N.V., NS Internationaal B.V. of Thalys Nederland B.V. worden aangeboden. Deze drie partijen handelen allemaal onder de handelsnaam NS Hispeed. De kantonrechter maakt korte metten met dit argument op basis van drie argumenten:

(i) een koper van internationale treintickets wordt vanuit de website van de NS direct doorverwezen naar de website van NS Hispeed;

(ii) uit de website van NS Hispeed kan niet worden afgeleid dat NS Hispeed een handelsnaam is van de drie internationale aanbieders, er wordt slechts vermeld dat NS Hispeed het hogesnelheidsmerk is van NS;

(iii) op de digitale boekingsbevestiging wordt enkel de naam NS Hispeed weergegeven.

Dat de algemene voorwaarden van NS Hispeed anders vermelden doet aan dit oordeel niet af, nu de voorwaarden pas bij het aanvaarden van het aanbod van NS bekend worden. De koper wordt derhalve dus ook dan pas bekend met de drie partijen. De kantonrechter:

Naar het oordeel van de kantonrechter kan deze bij aanbod en aanvaarding tot stand gekomen verhouding tussen contractspartijen niet door het enkele aanvaarden van algemene voorwaarden worden gewijzigd, in die zin dat daardoor een contractspartij zou worden vervangen door een andere contractspartij zonder dat de tegenpartij daarvan op de hoogte is.”

Het is aldus de kantonrechter dan ook gewoon NS die contractspartij is bij de koopovereenkomst van de reisticket.

Het subsidiaire argument van NS voor de niet-ontvankelijkheid, namelijk dat eiser niet de in de algemene voorwaarden voorgeschreven klachtprocedure heeft gevolgd, gaat ook niet op aldus de kantonrechter. Uit artikel 1 van die algemene voorwaarden blijkt immers dat onder NS Hispeed wordt verstaan: HSA Beheer N.V., NS International B.V. of Thalys Nederland B.V. De kantonrechter heeft vastgesteld dat geen van deze partijen contractpartij is bij de overeenkomt met eiser, dat is namelijk NS. Reeds hierom is de klachtprocedure uit de algemene voorwaarden niet van toepassing op de overeenkomst. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat indien artikel 9 van de algemene voorwaarden wél in de weg zou staan aan de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, dit een onredelijk bezwarend beding zou zijn, zoals bedoeld in artikel 6:236 onder n BW.

Het laatste argument van de NS voor niet-ontvankelijkheid – dat eiser geen belang meer heeft bij zijn vordering – wordt door de kantonrechter eveneens afgewezen. Eiser vordert de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, hetgeen hem reeds een belang geeft bij de procedure.

Dan gaat de kantonrechter in op de grondslagen van de vordering van eiser. Van dwaling is volgens de kantonrechter geen sprake, nu beide partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst dezelfde voorstelling van zaken hadden, namelijk het (onmiddellijk) leveren van de tickets. Als subsidiaire grondslag stelt eiser dat er sprake is van wanprestatie. NS verweert zich hiertegen met het argument dat eiser misbruik maakt van procesrecht, nu eiser niet heeft gewacht met dagvaarden totdat NS de door eiser ingediende klacht had behandeld. De kantonrechter ziet niets in het verweer van NS en constateert dat NS inderdaad tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Omdat NS reeds het aankoopbedrag van de tickets had terugbetaald wordt slechts de vordering tot veroordeling in de proceskosten toegewezen. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten wordt door de kantonrechter afgewezen, nu de vordering bestaat uit kosten gemaakt voor ‘standaard werkzaamheden die in het kader van een incassozaak moeten worden verricht’. Deze komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De som die NS moet betalen: EUR 172,57.

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.