NL EN

De advocatuur: een nederig vak

Jeroen Piersma van Het Financieele Dagblad interviewde mij voor de mensenpagina in het Financieele Dagblad. Aanleiding voor het gesprek over de advocatuur was de publicatie van mijn roman Het proces van de eeuw.
 
Sinds de kredietcrisis worden bankiers geacht terug te keren naar hun ‘roots’. Bonuscultuur en hybris moeten plaatsmaken voor dienstbaarheid aan de klant.

Bankieren hoort weer een saai vak te zijn. Maar hoe gaat het elders aan de Zuidas, bij de grote advocatenkantoren? Lijkt hun cultuur niet erg op die van de bankiers? Is het niet tijd dat ook zij hun zonden belijden?

Onlangs verscheen van de hand van advocaat Christiaan Alberdingk Thijm een roman over de hectische wereld van de Zuidas-advocatuur. ‘Het proces van de eeuw’ schetst de ondergang van een jonge ambitieuze advocaat die niet opgewassen is tegen de druk van een groot kantoor. Hoewel de hoofdpersoon een aantal karakterologische tekortkomingen vertoont, is de roman toch in de eerste plaats een zedenschets van de grote kantoren en de cultuur die daar heerst.

Laten inspireren door bankenwereld

Alberdingk Thijm is in het begin van zijn loopbaan anderhalf jaar in dienst geweest bij De Brauw Blackstone Westbroek, en heeft lang genoeg in de advocatenwereld rondgelopen om de details in de roman naar het leven te kunnen tekenen. Hij is tegenwoordig partner bij het kleine kantoor Solv, niet gevestigd aan de Zuidas, maar in het centrum van Amsterdam met uitzicht op het Scheepvaartmuseum.

De auteur heeft zich laten inspireren door de bankwereld, in het bijzonder door het verhaal van handelaar Nick Leeson, die midden jaren negentig de Britse zakenbank Barings opblies met verkeerd uitgepakte transacties op de financiële markten. ‘Het vertrekpunt van de roman was hoe iemand verstrikt raakt in zijn eigen leugens. Is het aangeboren of zijn het de omstandigheden? In zijn boek Rogue Trader geeft Leeson aan dat het de omstandigheden waren.’

Dienstbaarheid aan de cliënt

In de roman komt de jonge advocaat Eppo Boetselaar door een speling van het lot terecht bij het meest prominente Nederlandse advocatenkantoor Schwaab & Helvoeth. De ster van de ambitieuze Eppo rijst snel, zeker als hij onder de hoede komt van Willem Helvoeth, oprichter en managing partner van het kantoor. Maar door de combinatie van de hoge druk en zijn eigen gretigheid maakt hij fouten. Met bedrog kan hij die fouten een tijd maskeren, maar uiteindelijk haalt de waarheid hem in. Eppo komt ten val en sleept het kantoor en zijn baas daarin mee.

Aan het slot van de roman — laat maar misschien nog niet te laat — ontdekt Eppo waar het in de advocatuur eigenlijk om gaat: niet de fixatie op ‘uren schrijven’, niet de ‘proud towers’ aan de Zuidas, niet de chique etentjes op kosten van de cliënt, maar de dienstbaarheid aan de cliënt. De auteur: ‘In de kern is advocatuur een nederig vak. Een advocaat is een dienstverlener die zich voortdurend moet afvragen waar zijn cliënt het best mee gediend is.’

Advocaten nauwelijks in de beklaagdenbank

Waar hebben we dat eerder gehoord? Inderdaad, zegt Alberdingk Thijm, de bankwereld is inspiratiebron geweest voor mijn roman over de advocatuur. ‘Ik heb mijn boekpresentatie gehouden in de toren van het hoofdkantoor van ABN Amro aan de Zuidas. Dat gebouw staat model voor het hoofdkantoor van Schwaab & Helvoeth. Sindsdien heb ik wat meer contact met die mensen daar, en wat mij opvalt is de nederigheid en nuchterheid die daar nu heersen. ABN Amro is niet langer Dé Bank, maar ‘De bank anno nu’. Men beseft dat bankieren een saai vak is en dat dat ook zo hoort te zijn.’

Maar de catharsis van de financiële crisis is aan de advocatuur enigszins voorbijgegaan. Anders dan banken, rating agencies en accountants zitten advocaten nauwelijks in de beklaagdenbank. Daardoor zijn de gewoonten die tot de crisis van 2008 hebben geleid in de advocatuur nog springlevend.

Obsessie met geld verdienen

Het gaat om de obsessie met geld verdienen, met declarabele uren schrijven, ‘premium billing’ en ‘leverage maken’, dat wil zeggen grote klanten binnenhalen. Het is de wereld van uurtarieven van € 600 en meer. Van partners die met een jaarinkomen van een miljoen of meer naar huis gaan en zo’n onaantastbare status hebben dat niemand ze eigenlijk nog kan corrigeren.

Het idee van dienstbaarheid dreigt in zo’n cultuur steeds op de achtergrond te raken. ‘Neem de werving van jonge advocaten. Het is altijd de wereld van Peter Stuyvesant. Ga naar onze workshop in Singapore. Of win € 10.000 in de wedstrijd “BestGraduates”. Waar slaat dat op? Tijdens de eerste jaren van de opleiding is er te weinig aandacht voor dienstverlening en soft values, zoals goed omgaan met de cliënt.’ Jonge ambitieuze advocaten die graag partner willen worden, kunnen in zo’n situatie in de verleiding komen om een bochtje af te snijden.

Komst Britten en Amerikanen heeft branche geïnfecteerd

Alberdingk Thijm schrijft het ontstaan van deze cultuur vooral toe aan de fusies van advocatenkantoren uit de jaren 90, met andere Nederlandse kantoren, maar ook met Britse en Amerikaanse kantoren. ‘Vooral die internationale slag heeft geleid tot excessief uren schrijven. Dat is logisch. In de internationale groep worden de cijfers in New York gecontroleerd door een meneer met een spreadsheet. Die wil weten hoeveel declareerbare uren er zijn gemaakt. Niet of jij de klant goed hebt begeleid.’

De komst van de Britten en Amerikanen heeft bovendien de branche geïnfecteerd. ‘De Britse en Amerikaanse kantoren hebben bij hun intrede op de Nederlandse markt hele praktijken weggekaapt bij de Nederlandse kantoren, door twee keer zo veel te bieden. Het kantoor dat zonder praktijk achterblijft, concludeert dat het dus ook meer omzet moet draaien omdat de advocaten anders vertrekken naar een kantoor waar ze meer kunnen verdienen.’

Plot uit de duim gezogen

Maar klopt het beeld, of heeft de auteur uit literaire overwegingen overdreven? ‘Ik heb de plot uit mijn duim gezogen, maar de zeden en de gewoonten die in het boek worden geschetst zijn voor de meeste advocaten heel herkenbaar.’ Een voorbeeld is het karakter van de managing partner Willem Helvoeth, die in het boek als een feodale vorst over zijn kantoor heerst. Van hem is het megalomane idee om het adres van het kantoor te laten omnummeren van Mahlerlaan 10 in Mahlerlaan 9, omdat de Negende van Mahler zijn favoriete symfonie is. ‘Het is een karikaturaal personage. Maar ieder kantoor heeft zijn Helvoeths. Heel veel advocaten die het boek hebben gelezen, denken te weten wie het is.’

Alberdingk Thijm was wel een beetje bang om als nestbevuiler weggezet te worden door de geachte collega’s. Maar dat is alleszins meegevallen. ‘Ik heb overwegend heel positieve reacties gehad. Vooral de oudere generatie advocaten, de vijftigplussers, laten mij weten dat ze het verhaal heel herkenbaar vinden.’

Lees hier het hele interview op de site van Het Financieele Dagblad.

BRON: Het FD


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.