NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Dagbladuitgevers vs Journalisten

Dagbladuitgevers vs Journalisten

Er dreigen juridische procedures tussen de Nederlandse Dagblad Pers (NDP) en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) over digitale auteursrechten, zo meldt de NVJ. De uitgevers willen in de toekomst geen auteursrechtenvergoeding meer betalen voor digitaal gebruik van werk van journalisten in dienstverband (onderstaande geldt niet voor freelancers). De NDP heeft daarmee in het zicht van nieuwe CAO onderhandelingen en een mogelijke wettelijke regeling van het auteurscontractenrecht de knuppel in het hoenderhok gegooid.

E
en uitgever is op basis van artikel 7 van de Auteurswet automatisch rechthebbende op alle werken die door journalisten zijn gemaakt die in dienstverband werken. Op grond daarvan heeft bijvoorbeeld de Volkskrant in ieder geval het recht om een artikel van één van haar journalisten in de papieren editie te plaatsen. De vraag of de uitgever daarmee ook automatisch het recht heeft het artikel op internet te plaatsen of het elektronisch in bijvoorbeeld een iPad editie uit te geven, is door de NDP en de NVJ tot op heden negatief beantwoord. Het maken van werk voor dat soort gebruik behoort op grond van de CAO kennelijk niet tot de normale taken van de journalist. De huidige CAO voor dagbladjournalisten bepaalt in artikel 8.5 dan ook dat voor zulk gebruik toestemming nodig is van de journalist die dan immers de rechthebbende is. 

Die toestemming mag de journalist alleen maar weigeren om principiële redenen of als hem geen redelijke vergoeding wordt aangeboden van dat gebruik. Dit is in een bijlage bij de CAO zo uitgewerkt dat de journalisten standaard 0,5% van hun bruto salaris krijgen voor ‘generiek hergebruik’ van hun werk. Daaronder valt onder meer gebruik via internet en gebruik in andere interactieve vormen. Als de uitgever dat percentage betaalt, is de toestemming van de journalist voor digitaal gebruik gegeven.

De NDP wil nu daar nu van af. Zij heeft aangegeven dat de uitgevers bereid zijn nog éénmaal de 0,5% te betalen, maar uitsluitend indien direct wordt afgesproken dat “digitaal gebruik in de hedendaagse bedrijfsvoering van het dagbladbedrijf niet is aan te merken als ‘ander gebruik’ in de zin van artikel 8.5 van de CAO DJ”. Het schrappen van digitaal gebruik uit de regeling zal in de CAO onderhandelingen tot gevolg hebben dat een aanmerkelijk lager percentage dan 0,5 zal worden bedongen door de uitgevers.

De verschillende uitgevers hebben zich al op het standpunt gesteld dat zij ook op individuele basis geen vergoeding zullen geven voor digitaal gebruik. De NVJ heeft nu aangegeven dat juridische procedures tegen de uitgevers dan onvermijdelijk zijn.

D
at de uitgevers nu hard inzetten op het standpunt dat ook digitaal gebruik onder het werkgeversauteurschap valt, ligt om twee redenen voor de hand. 

Ten eerste hebben de uitgevers mijns inziens een sterke zaak die met de dag sterker wordt. Dagbladen worden steeds meer en steeds beter uitgegeven via digitale kanalen, naast de traditionele papieren uitgaven. De mogelijkheden die bijvoorbeeld de iPad en andere ereaders bieden, dragen daaraan in sterke mate bij. Op een bepaald moment kan toch niet meer worden volgehouden dat  de arbeid van de journalist niet mede bestaat uit het schrijven van werk voor digitale distributie.

Ten tweede denk ik dat de uitgevers ook het voorontwerp Auteurscontractenrecht in hun achterhoofd hebben (lees hier meer). Onder dat voorstel – dat overigens nog lang geen wet is – verandert niets aan de regeling met betrekking tot de werkgeversauteursrechten van uitgevers; zij blijven rechthebbenden op werk dat in dienstverband is gemaakt. Echter, voor werken die niet vallen onder het werkgeversauteurschap gaan geheel andere regels gelden dan nu. Als het voorstel wet wordt, kan de uitgever voor die werken alleen nog maar een licentie verkrijgen. Hij kan zich de auteursrechten niet laten overdragen, zoals nu meestal wordt bedongen voor werken die niet onder het werkgeversauteurschap vallen. Bovendien kan die licentie elke vijf jaar worden opgezegd. Ook heeft de journalist een wettelijk recht op een billijke vergoeding en staat hem bijvoorbeeld een non-usus bepaling ten dienste waarmee hij verdere exploitatie van zijn werk direct kan tegenhouden indien de uitgever niet het niet in voldoende mate (digitaal) exploiteert. Onder de huidige CAO zou digitaal gebruik onder dit nieuwe regime komen te vallen en het gaat de uitgevers dan ook om meer dan die 0,5%.

I
k kan mij gelet op het bovenstaande voorstellen dat de uitgevers het misschien liever op een juridische procedure laten aankomen. Met een uitspraak waarin is bepaald dat hun werkgeversauteursrecht ook digitale uitgaven omvat, hebben zij een comfortabele positie in het verder zeer stormachtige auteurscontractenrecht van de toekomst. Wordt daarom vast en zeker vervolgd.

Lees hier het bericht van de NVJ.

BRON: Nederlandse Vereniging van Journalisten


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.