NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Counterfeit producten lastiger tegen te houden met douanebeslag

Counterfeit producten lastiger tegen te houden met douanebeslag

Merken, labels en andere kenmerken worden steeds beter vervalst. Counterfeit labels worden bedekt met blanco labels die later kunnen worden verwijderd, zodat de douaneautoriteiten bij de invoercontrole niet zien dat het om counterfeit producten gaat.

 

Vorige week maakten de Amerikaanse autoriteiten bekend dat zij een counterfeit deal met een totale waarde van $ 325 miljoen hadden opgespoord. 25 verdachten zijn inmiddels aangehouden, 4 verdachten worden nog opgespoord. Het zou gaan om een van de grootste Amerikaanse counterfeit zaken ooit. Onderdeel van de deal was een zending laarzen waarbij de counterfeit UGG labels waren bedekt met dummy labels waarop het ‘merk’ XMX stond. De dummy labels werden na de douanecontrole (waar de zending dus doorheen kwam) in een warehouse handmatig verwijderd, zodat de counterfeit UGG merken tevoorschijn kwamen. Daarna werd de lading doorverkocht. Naast counterfeit UGG laarzen bestond de lading uit namaak handtassen van Coach, Louis Vuitton, Burberry en Gucci, alsmede uit namaak Nike schoenen.

 

De Amerikaanse autoriteiten kwamen het counterfeit netwerk op het spoor door een melding van een van de merkhouders, maar konden het netwerk pas oprollen na een onderzoek van 3 jaar. Door de geavanceerde werkwijze van de criminele organisatie konden de douaneautoriteiten in eerste instantie niet effectief optreden.

 

Europees douanebeslag tegen counterfeit

Ook in Europa is de strijd tegen counterfeit er niet gemakkelijker op geworden. In de EU kennen we de Anti-Piraterij Verordening (Verordening 1383/2003) op grond waarvan de douane op verzoek van een merkhouder (of houder van een ander intellectueel eigendomsrecht) een zending kan tegenhouden wanneer het vermoeden bestaat dat de zending inbreukmakende goederen bevat.

 

Het is dus erg belangrijk om de douaneautoriteiten van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien omtrent echtheidskenmerken, logistieke routes, geautoriseerde leveranciers en vervoerders, enz. zodat de douane zo goed mogelijk kan beoordelen of er een (vermoeden van) IE-inbreuk bestaat.

 

Als de douane een dergelijk vermoeden heeft, informeert zij de rechthebbende en stuurt foto’s en/of monsters van de verdachte goederen. Als de rechthebbende kan bevestigen dat sprake is van counterfeit goederen, dan verstrekt de douane de gegevens van de verzender, vervoerder en geadresseerde van de zending, zodat de rechthebbende hen kan sommeren om de inbreukmakende goederen af te staan ter vernietiging.

 

In het geval dat de goederen worden afgestaan ter vernietiging, geeft de douane de goederen vrij aan de rechthebbende die de goederen mag laten vernietigen. Als de eigenaar of houder van de goederen zich daarentegen verzet tegen vernietiging, dan kan de rechthebbende beslag leggen op de goederen en via de rechter vernietiging van de goederen vorderen. In veel gevallen echter krijgt de rechthebbende helemaal geen reactie op zijn sommatiebrieven, al was het maar omdat verzender, vervoerder en geadresseerde vaak valse namen en adressen op de vrachtpapieren vermelden. Dit wordt onder de Anti-Piraterij Verordening aangemerkt als stilzwijgende toestemming, zodat de rechthebbende de goederen ook in die gevallen mag laten vernietigen.

 

Dit ‘douanebeslag’ is dus een effectieve en goedkope procedure voor rechthebbenden om inbreukmakende producten aan de grens te kunnen onderscheppen, voordat deze daadwerkelijk in de EU in de handel worden gebracht. Maar er is een belangrijke beperking gekomen in de gevallen waarin van deze procedure gebruik kan worden gemaakt.

 

Tegenhouden van transit goederen moeilijker geworden

Tot voor kort hielden de douaneautoriteiten ook counterfeit goederen tegen en gaven ze die goederen vrij aan rechthebbenden als die goederen via de EU werden doorgevoerd naar een eindbestemming buiten de EU. Omdat met name Rotterdam en Schiphol belangrijke Europese doorvoerhavens zijn, komt deze situatie in Nederland relatief vaak voor. Sinds het arrest van het Europese Hof van Justitie van 1 december 2011 in de gevoegde zaken van Philips (C446/09) en Nokia (C495/09) is het echter niet langer mogelijk om in een EU land als Nederland via de hiervoor beschreven douaneprocedure vernietiging te vorderen van transit goederen die bestemd zijn voor een land buiten de EU.

 

Gefundeerd vermoeden

Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat voor het vasthouden van goederen door de douaneautoriteiten een gefundeerd vermoeden moet bestaan dat deze goederen alsnog zullen worden omgeleid en in de EU op de markt zullen worden gebracht, en daarmee inbreuk zullen maken op IE-rechten met gelding in de EU. Bij pure transit goederen zonder een dergelijk gefundeerd vermoeden, mag de douane de goederen dus niet meer tegenhouden.

 

Van een gefundeerd vermoeden kan sprake zijn als er een concrete verkoop, verkoopaanbieding of reclame gericht op de EU heeft plaatsgevonden, maar ook wanneer er aanwijzingen zijn dat dergelijke commerciële bedoelingen verborgen worden gehouden, bijvoorbeeld als de bestemming van de goederen niet is aangegeven (terwijl dat voor de transit-status wel vereist is), of als betrouwbare informatie over de identiteit of het adres van de producent of expediteur van de goederen ontbreekt.

 

Bewijs van inbreuk in de EU-lidstaat

Als de douaneautoriteiten een zending op grond van een gefundeerd vermoeden kunnen tegenhouden, dan zal de rechthebbende – als hij geen impliciete dan wel expliciete toestemming voor vernietiging krijgt – bovendien bij de rechter moeten bewijzen dat de goederen daadwerkelijk inbreuk maken op zijn intellectuele eigendomsrechten in de lidstaat waar hij de vernietiging van de goederen vordert. Bij goederen die in transit zijn en dus in principe niet in de EU op de markt worden gebracht, kan dat lastig te bewijzen zijn.

 

In de praktijk wordt de bestemming van counterfeit zendingen echter herhaaldelijk gewijzigd, waardoor het kan lijken alsof goederen in transit zijn, maar zij in feite alsnog in de EU op de markt worden gebracht. Een zeer voor de hand liggend voorbeeld is een zending die in Rotterdam aankomt en die volgens de papieren bestemd is voor doorvoer naar Rusland. In Rotterdam wordt de zending op een vrachtwagen geladen voor het verdere vervoerstraject. Hoe klein de kans is dat de vrachtwagen met een complete lading in Rusland aankomt, laat zich raden.

 

Enkele voorbeelden van bewijs dat goederen wel inbreuk maken in de EU, zijn: verkoop of reclame aan klanten of gericht op consumenten in de EU, of documenten of correspondentie waaruit blijkt dat het voornemen bestaat om de goederen naar consumenten in de EU om te leiden.

 

Gevolgen voor de douanepraktijk

De douaneautoriteiten in de EU zullen in principe geen transit namaakgoederen meer tegenhouden op basis van een ongefundeerd vermoeden van een rechthebbende dat de goederen misschien toch in de EU terecht zouden kunnen komen. Rechthebbenden zullen hun verzoek om douaneoptreden dus voortaan moeten onderbouwen met bewijs of aanwijzingen van, bijvoorbeeld, verkoop of reclame gericht op de EU, een valse bestemming of valse identiteit van verzender of geadresseerde.

 

Als het tot een gerechtelijke procedure komt, zal de rechthebbende bewijs moeten leveren van het feit dat de goederen bestemd zijn om in de EU in de handel te worden gebracht. Het arrest van het Europese Hof betekent een verzwaring van de bewijslast, en dus een beperking van de mogelijkheden voor rechthebbenden in de strijd tegen counterfeit.

 

Anderzijds mogen goederen nog steeds door de douaneautoriteiten worden tegengehouden op grond van een (weliswaar gefundeerd) vermoeden, hetgeen met enige creativiteit van de rechthebbende en een goede samenwerking met de douaneautoriteiten wel aan te leveren moet zijn. In de praktijk krijgen rechthebbenden vervolgens regelmatig geen enkele reactie op de sommatiebrieven die zij aan de vervoerder, verzender en geadresseerde versturen, zodat met deze impliciete toestemming alsnog kan worden overgegaan tot vernietiging van de goederen.

 

Nieuwe Europese Anti-Piraterij Verordening

Op Europees politiek niveau is geconstateerd dat de huidige Europese en nationale regelgeving op het gebied van de bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten niet meer voldoet en moet worden gemoderniseerd. Op 24 mei 2011 heeft de Commissie goedkeuring gegeven voor een alomvattende strategie om het rechtskader voor de intellectuele eigendom te vernieuwen, waaronder een nieuwe verordening ter versterking van het douaneoptreden bij de bestrijding van handel in goederen die inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten. Het zal echter nog wel even duren voor we echt een nieuwe Anti-Piraterij Verordening zullen hebben.

BRON: IE-forum.nl, Boek9.nl, NY Times, Europese Commissie


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIES (2)

Nes woensdag 7 maart 2012 18:56

Opmerkelijke uitspraak van het Hof, mede omdat de VO ook ziet op de (weder) uitvoer. Dit impliceert dat de EU mede wil werken aan bestrijding van counterfeit, wereldwijd.

Naast genoemde VO kan en mag de Douane gebruik maken van het namaakartikel, art. 337 WvSr, waarvoor de BOA (domein VI) van de Douane mede opsporingsbevoegd is. Ook het Handboek Douane beschrijft hoe de Douane hiermee omgaat.

Moeten we nu echt de zending nagemaakte pacemakers met bestemming buiten de EU, doen laten uitgaan, in de wetenschap dat deze ergens ter wereld gebruikt zullen gaan worden, als echte pacemaker........

Nes woensdag 7 maart 2012 19:02

Bij gebruik van art. 337 WvSr volgt dan niet het genoemde douanebeslag, doch, mijns inziens, in beslag name o.g.v. art. 94 WvSv, waarbij na toetsing door een hOvJ, de OvJ zal beslissen wat er verder met de goederen gebeurd.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.