NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Contractuele Alcatel-termijn wordt uitgelegd als fatale termijn

Contractuele Alcatel-termijn wordt uitgelegd als fatale termijn

Eerder schreef ik op ITenRecht over de verschillen tussen een wettelijke en een contractuele Alcatel-termijn, naar aanleiding van een vonnis van de rechtbank Maastricht. Onlangs wees de rechtbank Arnhem een vonnis waarin zij tevens ingaat op dit onderscheid.

 

In het Alcatel-arrest van het Hof van Justitie van de EU is bepaald dat de gepasseerde inschrijver binnen een redelijke termijn na bekendmaking van de voorlopige gunningsbeslissing een procedure dient te starten indien hij het niet eens is met de gunning. De redelijke termijn is door het Hof van Justitie gesteld op 15 dagen. Deze termijn is ook opgenomen in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao).  

 

In tegenstelling tot het Bao, bevat het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (Bass) niet een dergelijke termijn. In het aanbestedingsgeschil waarover de rechtbank Arhnem vonnis wees, was het Bass van toepassing, zodat er geen wettelijke Alcatel-termijn gold. Wel had de aanbestedende dienst in de selectieleidraad de volgende bepaling opgenomen:

 

“Alvorens over te gaan tot de definitieve Uitnodiging tot inschrijving zal Aanbestedende dienst haar voorgenomen Uitnodiging tot inschrijving bekendmaken aan alle Gegadigden die zich geldig hebben aangemeld. Indien een Gegadigde zich niet met dit voornemen tot uitnodiging kan verenigen, dient die betreffende Gegadigde binnen vijftien kalenderdagen na verzending van het voornemen tot uitnodiging een voorlopige voorziening aanhangig te hebben gemaakt bij de terzake bevoegde voorzieningenrechter, bij gebreke waarvan een Gegadigde niet ontvankelijk is in zijn bezwaren tegen de voorgenomen Uitnodiging tot inschrijving. Eventuele verzoeken om (nadere) mondelinge toelichting van het voornemen tot uitnodiging schorten deze termijn niet op.”

Deze bepaling komt in feite neer op een contractuele Alcatel-termijn. In het vonnis van de rechtbank Maastricht bleek al dat een dergelijke termijn moet worden ingevuld door de redelijke uitleg en verwachtingen die partijen in de gegeven omstandigheden aan deze bepaling mochten toekennen (Haviltex). Daarbij spelen in een aanbestedingsprocedure uiteraard de beginselen van het aanbestedingsrecht een belangrijke rol.

 

In dit geval had de inschrijver binnen de gestelde termijn bij de voorzieningenrechter een datum en tijdstip gevraagd voor een kort geding tegen de aanbestedende dienst. De dagvaarding was echter pas na verloop van de termijn aan de aanbestedende dienst betekend. De inschrijver stelt zich op het standpunt dat de eerstgenoemde handeling beslissend is, zodat zij ontvankelijk is in haar vorderingen. De rechtbank komt tot een ander oordeel.

 

Volgens de rechtbank had de inschrijver als een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigde moeten begrijpen dat ‘een voorlopige voorziening aanhangig gemaakt te hebben’ impliceert dat de dagvaarding betekend moet zijn. Dit onder andere in het licht van art. 125 Rv dat bepaalt dat een geding aanhangig is vanaf de dag van dagvaarding. Conclusie is dus dat de inschrijver de contractuele Alcatel-termijn heeft overschreden en derhalve niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Deze uitkomst is volgens de rechtbank niet onredelijk, omdat de aanbestedende dienst haar beslissing deugdelijk had gemotiveerd en gebaseerd op voldoende transparante eisen en wensen uit de selectieleidraad.

 

Lees hier het vonnis



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.