NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • "Contractueel verbod op verkoop via internet is (meestal) niet toegestaan"

"Contractueel verbod op verkoop via internet is (meestal) niet toegestaan"

Recent heeft het Europese Hof van Justitie (het “Hof”) arrest gewezen waarin is geoordeeld over de vraag of een contractueel verbod op verkoop via internet voor selectieve distributeurs mededingingsrechtelijk is toegestaan.

 

Wat was er aan de hand?

De zaak betreft het verbod dat Pierre Fabre Dermo-Cosmétique SAS (“PFDC”), een Franse fabrikant van cosmetica- en lichaamsverzorgingsproducten, had opgelegd op haar selecteerde distributeurs.

De algemene distributie- en verkoopvoorwaarden van PFDC bepaalden onder meer het volgende:

De erkende distributeur dient zich ertoe te verplichten om de [...] producten enkel in een materieel en geïndividualiseerd verkooppunt af te geven [...]”.

Feitelijk betekent dit dat iedere vorm van (actieve en passieve) verkoop via internet is uitgesloten.

De Franse mededingingsautoriteit (“Autorité de la concurrence”) heeft na onderzoek in de sector van de distributie van cosmetica- en lichaamsverzorgingsproducten aan alle betrokken ondernemingen de verplichting opgelegd om haar selectieve distributieovereenkomsten aan te passen om te voorzien in de mogelijkheid voor de leden van hun netwerk om onder bepaalde voorwaarden hun producten via internet te verkopen.

PFDC was het hier echter niet mee eens en weigerde deze aanpassing. Volgens PFDC is voor haar producten persoonlijk afgestemd advies vereist van een gediplomeerde apotheek in het verkooppunt. Door verkoop via internet toe te staan, zou dit niet meer mogelijk zijn en zal haar prestigieuze imago kunnen worden geschaad.

De Autorité de la concurrence heeft deze praktijk vervolgens onderzocht op mededingingsrechtelijke problemen.

De Autorité de la concurrence heeft vervolgens geconcludeerd dat het verbod van verkoop via internet een beperking van de mededinging oplevert die in strijd is met het huidige artikel 101 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (“VWEU”) en de betreffende Franse nationale wetgeving. PFDC werd verplicht haar selectieve distributiecontracten aan te passen zodat verkoop via internet voor haar distributeurs wordt toegestaan, en ze werd veroordeeld tot een geldboete van EUR 17.000,--.

PFDC stelt vervolgens een beroep tot nietigverklaring in bij de Parijse Cour d'appel. Deze Franse rechter legt de volgende prejudiciële vraag voor aan het Europese Hof van Justitie:

[L]evert het algemene en absolute verbod om de contractgoederen op internet aan de eindgebruikers te verkopen, dat in het kader van een selectief distributienetwerk aan de erkende distributeurs wordt opgelegd, inderdaad naar zijn strekking een hardekernbeperking van de mededinging in de zin van artikel 81, lid 1, EG [artikel 101, lid 1, VWEU] op die niet onder de groepsvrijstelling voorzien in verordening nr. 2790/1999 valt, maar eventueel wel voor een individuele vrijstelling krachtens artikel 81, lid 3, EG [artikel 101, lid 3, VWEU] in aanmerking kan komen?

Met andere woorden: is een contractueel verbod op handel via internet mededingingsrechtelijk toegestaan?

 

Wat oordeelt het Europese Hof van Justitie?

Het Hof aanvaardt de argumenten van PFDC niet. Het Hof oordeelt:

Gelet op een en ander moet op het eerste onderdeel van de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 101, lid 1, VWEU aldus moet worden uitgelegd dat een contractbepaling die in het kader van een selectief distributiestelsel vereist dat de verkoop van cosmetica en lichaamsverzorgingsproducten plaatsvindt in een fysieke ruimte waarin een gediplomeerde apotheker aanwezig moet zijn, met als gevolg dat het gebruik van het internet voor die verkopen verboden is, de strekking heeft de mededinging te beperken in de zin van die bepaling, indien, na een individueel en concreet onderzoek van de bewoordingen en het oogmerk van deze contractbepaling en de juridische en economische context waarbinnen zij moet worden geplaatst, naar voren komt dat deze contractbepaling, gelet op de eigenschappen van de betrokken producten, niet objectief gerechtvaardigd is.

Kortom: de contractsbepaling heeft de strekking de mededinging te beperken en is gezien de context niet objectief gerechtvaardigd.

Het Hof oordeelt vervolgens dat dit een hardcore restrictie is, omdat het “op zijn minst” (r.o. 54) de passieve verkoop beperkt aan eindgebruikers die via internet willen kopen en zich buiten het verzorgingsgebied van de betrokken selectieve distributeur bevinden. De bepaling kan daarom niet onder de Groepsvrijstelling Verticale Overeenkomsten vallen en blijft daarmee verboden.

 

Wat betekent dit voor de praktijk?

Leveranciers van producten en diensten mogen hun selectieve distributeurs niet verbieden om de producten en diensten via het internet te verkopen. Dit beperkt namelijk op zijn minst de passieve verkoop, en hoogstwaarschijnlijk ook de actieve verkoop (ondanks dat het Hof zich daar niet expliciet over heeft uitgelaten). Selectieve distributeurs zijn dus vrij om producten en diensten via internet (op zijn minst passief) te verkopen.

Een verbod op verkoop via internet zou slechts toegestaan kunnen zijn als er sprake is van een objectieve rechtvaardiging voor de beperking (“na individueel en concreet onderzoek van de bewoordingen en het oogmerk van de contractsbepaling en de juridische en economische context waarbinnen zij moet worden geplaatst, gelet op de eigenschappen van de betrokken producten”), of als het onder de wettelijk toegestane uitzondering valt (zoals wanneer de beperking bijdraagt “tot verbetering van de productie of van de verdeling der producten of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen a. beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, b. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen.).

 

Lees hier het volledige arrest (HvJEU 13 oktober 2011, C439/09)

BRON: ec.europa.eu


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.