NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Conclusie AG in Scarlet/Sabam: filteren internetverkeer ongrondwettig

Conclusie AG in Scarlet/Sabam: filteren internetverkeer ongrondwettig

In een langlopend conflict tussen de Belgische access provider Scarlet en Sabam (het Belgische Buma), heeft de advocaat-generaal van het Hof van Justitie EU gisteren zijn conclusie ingediend.

In deze principiële zaak verwacht Sabam van de internetprovider dat die al het internetverkeer filtert en zo nodig blokkeert om zo het filesharen van auteursrechtelijk beschermd materiaal tegen te gaan. Een zeer verstrekkende maatregel waarvan Scarlet zegt dat zij deze niet kan en hoeft uit te voeren. Niettemin is Scarlet in 2004 door de Belgische rechtbank veroordeeld en op straffe van aanzienlijke dwangsommen bevolen om op eigen kosten het internetverkeer te gaan filteren en daar waar nodig ook te blokkeren. Dit vonnis legt Scarlet niet alleen een vergaande verplichting op waarmee ze het risico loopt op het verbeuren van de dwangsommen, maar schept  ook nog eens aansprakelijkheid: als Scarlet illegaal P2P verkeer niet blokkeert, is zij jegens Sabam aansprakelijk. Zo wordt de neutrale tussenpersoon niet alleen de politieagent van de rechthebbenden maar ook de aansprakelijke boef voor inbreuken door anderen. Scarlet ging dus terecht in hoger beroep.

Het Brusselse Hof van Beroep wist niet goed wat het met deze kwestie aan moest en stelde daarom prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. In die zaak heeft de advocaat-generaal (de adviseur van het Hof) gisteren dus geconcludeerd. Ik heb de gehele conclusie nog niet gelezen, maar het persbericht geeft aardig inzicht. Volgens de advocaat-generaal vormt de door de rechtbank opgelegde maatregel een nieuwe verplichting voor service providers die een resultaatsverbintenis in het leven roept op basis waarvan providers verplicht worden effectief de auteursrechten van de entertainment industrie te beschermen (de auteursrechthebbenden die zijn aangesloten bij Sabam). De kosten daarvan zullen de providers ook nog een zelf moeten dragen. Internet providers zouden dus verregaand juridisch en economisch aansprakelijk worden voor de bestrijding van illegaal internet-downloaden van gestolen werk, aldus de AG (opvallend overigens dat de AG alleens spreekt van ‘downloaden’, mogelijk dat het in de volledige conclusie wat anders is verwoord).

En dan komt het: de invoering van een dergelijk filter- en blokkadeysteem geldt als een beperking van het correspondentiegeheim, van het recht op privacy, en van het recht op vrijheid van meningsuiting. Dat zijn maar liefst drie fundamentele rechten die door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens worden beschermd maar door een dergelijke filter- en blokkadeverplichting worden geschonden.

Vervolgens wijst de advocaat-generaal er wel nog op dat ook fundamentele rechten mogen worden beperkt, mits aan die beperking een nationale formele wet ten grondslag ligt die toegankelijk, duidelijk en voorzienbaar is (dus niet op basis van een achteraf te nemen besluit van een minister bijvoorbeeld). Zo’n beperking moet bovendien voldoende garanties bieden aan degenen die erdoor worden geraakt om zich tegen de maatregel te verzetten. Let wel, dat zijn niet alleen de providers, maar (juist) ook de internetgebruikers.

Overigens vergeet de advocaat-generaal te vermelden (althans, het persbericht) dat de beperkingen van grondrechten niet alleen een voldoende wettelijke basis moeten hebben, maar dat er bovendien sprake moet zijn van een ‘pressing social need’ die de maatregelen noodzakelijk maakt ter bescherming van de betrokken belangen (in dit geval ter bescherming van auteursrechten), en dat de maatregel proportioneel moet zijn. Dat is een hoge drempel.

Hoe dan ook, de advocaat-generaal concludeert om bovengenoemde redenen dat de door de Belgische rechter opgelegde filter- en blokkadeverplichting in strijd is met het recht van de Europese Unie. Dat lijkt me een volkomen terechte conclusie. Niet alleen is de maatregel flagrant in strijd met meerdere fundamentele rechten, maar ook in strijd met het verbod uit de E-Commerce richtlijn om providers algemene toezichtverplichtingen op te leggen.

De (on)wenselijkheid om providers – op eigen kosten nog wel - op de zadelen met de handhaving van auteursrechten van de entertainment industrie zal voorlopig nog wel een stevig discussiepunt blijven (bijvoorbeeld naar aanleiding van de speerpuntenbrief van Teeven). Advocaat-generaal Cruz Villalón heeft gisteren richting aan deze discussie gegeven. Nu is het wachten op het Hof van Justitie zelf.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.