NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Conclusie A-G Verkade: Arrest Hof Amsterdam (Red Bull/Bulldog) dient te worden vernietigd

Conclusie A-G Verkade: Arrest Hof Amsterdam (Red Bull/Bulldog) dient te worden vernietigd

Conclusie A-G Verkade: Arrest Hof Amsterdam (Red Bull/Bulldog) dient te worden vernietigd

 

Vandaag heeft Advocaat-Generaal Verkade geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van 2 februari 2011 van het Gerechtshof Amsterdam in de zaak tussen Red Bull en Leidseplein Beheer B.V. en de heer H.J.M. de Vries (hierna tezamen te noemen: ‘De Vries’), eigenaar van de coffeeshop ‘The Bulldog’ in Amsterdam.

 

Feiten

Red Bull is houdster van verschillende merkregistraties voor non-alcoholische (energie) drankjes. De Vries is houder van het woord/beeldmerk “The Bulldog”, welk merk op 14 juli 1983 is ingeschreven voor non-alcoholische (energie) drankjes. Red Bull had voor de inschrijving van het merk van De Vries alleen het internationale woord/beeldmerk ‘Red Bull Krating-Daeng’ geregistreerd. Red Bull is van mening dat De Vries inbreuk maakt op dit merkrecht. (Oordeel zelf)

 

Bij vonnis van 17 januari 2007 heeft de Rechtbank Amsterdam alle vorderingen van Red Bull afgewezen. Het Gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en Red Bull alsnog in het gelijk gesteld. De Vries heeft tegen dit arrest cassatie ingesteld.

 

Cassatiemiddel

Het cassatiemiddel heeft in totaal 7 onderdelen, namelijk:

‘(I)        Het verwerpen van het door De Vries gedane beroep op ‘geldige reden’ voor het

             gebruik zijnerzijds van zijn merk ‘Bulldog’ (rov. 3.11);

(II)        Het oordeel dat het ‘Red Bull Krating-Daeng’ merk van Red Bull, als door Red

             Bull gesteld en door De Vries niet betwist, een bekend merk zou zijn (rov. 3.6 en

             3.10);

(III)      Een positief oordeel van het hof over de (hoge) mate van onderscheidend

             vermogen van het ‘Red Bull Krating-Daeng’ merk, en het passeren daarbij van

             een essentiële stelling van de Vries over de aanwezigheid op de markt van (Red

             Bull’s andere) merk Bullit (rov. 3.6 en 3.9);

(IV)      De door het hof aangenomen overeenstemming tussen het ‘Red Bull Krating-

            Daeng’ merk van Red Bull en De Vries’ merk ‘Bulldog’ (rov. 3.9);

(V)       Het door het hof aangenomen ‘ongerechtvaardigd voordeel trekken’ doordat de

            Vries een ‘graantje; zou hebben willen ‘meepikken’ (rov. 3.10);

(VI)      Het verwerpen van het beroep van De Vries op het verval van het recht op het

             ‘Red Bull Krating-Daeng’ merk van Red Bull wegens ontbreken van normaal

             gebruik van dat merk (rov. 3.13);

(VII)     Het verwerpen van het beroep van De Vries op verplichte co-existentie tussen

             beide merken in verband met art. 2.27 lid 3 BVIE (ook wel de zgn. ‘Heilung’

             kwestie; rov. 3.14).’

 

Bespreking

In dit stuk zal ik mij beperken tot een bespreking van de onderdelen III, IV en I.

 

III.        De invloed op het onderscheidend vermogen van het element BULL als gevolg

             van het gedogen van Red Bull van het energiedrankje BULLIT (verwatering)

 

De beschermingsomvang van een merk hangt nauw samen met het onderscheidend vermogen daarvan. Een merk met een hoge mate van onderscheidend vermogen heeft een grote beschermingsomvang. Het onderscheidend vermogen is echter geen constante factor. Een merk kan onderscheidend vermogen verliezen door beschrijvend  gebruik of als derden een gelijk of overeenstemmend teken (al dan niet met toestemming van de merkhouder) gebruiken.

 

Het Gerechtshof heeft eerder geoordeeld dat het bestanddeel ‘Bull’ het meest onderscheidende bestanddeel is in het merk ‘Red Bull’. De Vries heeft gesteld dat Red Bull zelf bijdraagt aan afbreuk van het onderscheidend vermogen door derden toestemming te geven om het bestand ‘Bull’ te gebruiken. Als voorbeeld noemt De Vries het gebruik van het merk ‘BULLIT’, waarvan Red Bull de rechthebbende is, door Bullit Trading B.V. Het Hof heeft de stellingen van De Vries echter gepasseerd, terwijl het antwoord daarop naar de mening van de A-G van invloed zou kunnen zijn op de beschermingsomvang van het merkrecht van Red Bull én voor de vraag of daarmee ook op de overeenstemming tussen de merken ‘The Bulldog’ en ‘Red Bull Krating-Daeng’ bestaat en/of er ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken door de Vries. (zie overwegingen 3.23-3.27 van de A-G).

 

IV.        De beoordeling van de overeenstemming tussen de woord-/beeldmerken ‘The Bulldog’ en ‘Red Bull Krating-Daeng’

 

De beoordeling van de overeenstemming wordt gedaan met inachtneming van een auditieve en/of visuele en/of begripsmatige overeenstemming tussen het merk en teken. Deze factoren kunnen elkaar compenseren. Uiteindelijk gaat het om de totaalindruk die het merk en het teken bij de gemiddelde consument achtergelaten.

 

De Vries is van mening dat het Gerechtshof de overeenstemming tussen de woord-/beeldmerken ‘The Bulldog’ en ‘Red Bull Krating-Daeng’ op een onjuiste wijze heeft beoordeeld. Het Gerechtshof heeft bij de beoordeling van de overeenstemming meer gewicht toegekend aan de punten van overeenstemming. De A-G is van mening dat het Gerechtshof met een dergelijke beoordeling het merk en teken heeft uitgekleed tot het overeenstemmende element ‘Bull’. Deze beoordeling is volgens de A-G niet in lijn met de jurisprudentie van het Hof van Justitie en dus is het Gerechtshof bij de beoordeling van de overeenstemming van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan (zie overwegingen 3.30-3.35 van de A-G).

 

I.          Geldige reden

De Vries gebruikte (vanaf 1975) het teken ‘The Bulldog’ al voor de inschrijving van het merk ‘Red Bull Krating-Daeng’ door Red Bull. De Vries heeft zich op het standpunt gesteld dat dergelijk gebruik van het teken 'The Bulldog' een geldige reden oplevert.

 

De discussie is voornamelijk gericht op de vraag of de toets van ‘zonder geldige reden’ gelijk is aan de toetsin het kader van het begrip ‘ongerechtvaardigd’ en op welke wijze het begrip ‘geldige reden’ moet worden uitgelegd.

 

De A-G verwijst naar een arrest van het Hof van Justitie voor de Europese Unie (die is gewezen na het arrest van het Gerechtshof Amsterdam), waarin kan worden afgeleid dat er twee afzonderlijke toetsen zijn, namelijk: (1) Is er sprake van ongerechtvaardigd voordeel? en (2) Is er een geldige reden?

 

Het merkenrecht is voor een belangrijk gedeelte geharmoniseerd. Gelet hierop meent De Vries dat het begrip ‘geldige reden’ Europeesrechtelijk geïnterpreteerd moet worden. Dit begrip wordt ruimer uitgelegd dan onder het (oude) Benelux merkenrecht. De A-G concludeert mede met verwijzing naar de literatuur en recente Europese jurisprudentie dat er een geldige reden kan bestaan in geval er sprake is van een zodanige noodzaak om het teken te gebruiken of indien er andere wettelijke beperkingen van het uitsluitend recht van toepassing zijn. Echter, een geldige reden kan ook gelegen zijn in andere omstandigheden. Een voorbeeld hiervan is eerder (te goeder trouw) gebruik van een teken. Volgens de A-G is dit een uitwerking van het ‘eigen recht’-criterium en het Gerechtshof heeft ten onrechte nagelaten dit criterium te toetsen. De A-G acht het onderdeel daarmee gegrond. (zie overwegingen 3.44-3.58).

 

Al met al: een overwegend heldere Conclusie van Advocaat-Generaal Verkade, die De Vries vertrouwen zal geven. Ik ben benieuwd of de Hoge Raad de Conclusie zal opvolgen.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.