NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Conclusie A-G: tonen van software interface op tv is geen openbaarmaking

Conclusie A-G: tonen van software interface op tv is geen openbaarmaking

Advocaat-generaal (A-G) Bot bij het Europese Hof van Justitie (Hof) heeft het Hof vandaag geadviseerd in een zaak waarin verduidelijking wordt gevraagd over hoe een grafische gebruikersinterface van een computerprogramma moet worden aangemerkt: als computerprogrammatuur in de zin van de Softwarerichtlijn of als “normaal” auteursrechtelijk werk in de zin van de Auteursrechtrichtlijn? Ook moet de A-G het Hof adviseren nog over de vraag of het tonen van een dergelijke interface tijdens een televisie-uitzending een mededeling van een werk aan het publiek is in de zin van de Auteursrechtrichtlijn. Als voorbeeld wordt gegeven het tonen van een tabel met verkiezingsresultaten tijdens een verkiezingsuitzending.

 

Hieronder de belangrijkste overwegingen uit de Conclusie van A-G Bot, welk advies veelal door het Hof wordt overgenomen.

 

De A-G is van mening dat een grafische gebruiksinterface geen uitdrukkingswijze is van een “computer programma” in deze zin van de Softwarerichtlijn:

 

“59.      De specificiteit van het auteursrecht op computerprogramma's ligt volgens mij hierin dat een computerprogramma een utilitair doel heeft en dus ook als zodanig wordt beschermd, terwijl andere door het auteursrecht beschermde werken een rechtstreeks beroep doen op de menselijke zintuigen.

 

60.      Zoals reeds gezegd in punt 47 van de onderhavige conclusie, duidt het begrip computerprogramma op een geheel van instructies waarmee wordt beoogd een computer een specifieke taak of functie te laten uitvoeren.[…]

 

64.      Bijgevolg ben ik van mening dat het begrip „uitdrukkingswijze, in welke vorm dan ook, van een computerprogramma” betrekking heeft op de uitdrukkingswijzen via welke een computerprogramma in staat kan worden gesteld de taken te vervullen waarvoor het is ontworpen.

 

65.      De louter grafische gebruikersinterface kan echter niet tot een dergelijk resultaat leiden, aangezien de reproductie ervan niet de reproductie van het computerprogramma zelf meebrengt. Het is overigens mogelijk dat computerprogramma's met een verschillende bron- en doelcode toch dezelfde interface hebben. De grafische gebruikersinterface onthult het computerprogramma dus niet, maar dient enkel om het gebruik ervan eenvoudiger en vlotter te maken.”

 

Wel acht de A-G een grafische gebruiksinterface in beginsel beschermwaardig als “normaal” auteursrechtelijk werk:

 

“72.      Volgens mij lijdt het geen twijfel dat de grafische gebruikersinterface een intellectuele schepping kan zijn.

 

73.      De totstandbrenging van een dergelijke interface vergt immers een aanzienlijke intellectuele inspanning van de maker, net zoals bij een boek of een muziekstuk. Achter de grafische gebruikersinterface schuilt immers een complexe, door de programmeur ontwikkelde structuur. De programmeur hanteert een programmeertaal met een bepaalde structuur, waardoor specifieke commandoknoppen, zoals bijvoorbeeld „kopiëren-plakken”, kunnen worden gecreëerd, of waardoor handelingen zoals het dubbelklikken op een map om ze te openen of het klikken op een icoon om een geopend venster te minimaliseren, mogelijk worden gemaakt.

 

74.      De grafische gebruikersinterface moet evenwel niet enkel het resultaat zijn van een intellectuele inspanning, zij moet krachtens artikel 2, sub a, van richtlijn 2001/29 ook – om de woorden van het Hof te gebruiken – oorspronkelijk zijn in die zin dat zij een intellectuele schepping van de maker is.

 

75.      Het is moeilijk om vast te stellen of een grafische gebruikersinterface oorspronkelijk is, aangezien de meerderheid van de samenstellende elementen ervan een functioneel doel dient, namelijk het gebruik van het computerprogramma vereenvoudigen. Bijgevolg kunnen deze elementen noodzakelijkerwijs slechts op een beperkt aantal wijzen worden uitgedrukt, aangezien deze uitdrukking – zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen heeft opgemerkt – wordt bepaald door de technische functie die deze elementen vervullen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de muis die over het scherm beweegt en waarmee men een commandoknop kan aanklikken om een opdracht uit te voeren, of voor het rolmenu dat verschijnt wanneer een tekstbestand wordt geopend.

 

76.      In dergelijke gevallen lijkt niet te zijn voldaan aan het oorspronkelijkheidscriterium, aangezien de verschillende manieren om een idee uit te voeren zodanig beperkt zijn dat de idee samenvalt met de uitdrukking ervan. Indien de interface toch als oorspronkelijk zou kunnen worden beschouwd, zou dit tot gevolg hebben dat aan bepaalde ondernemingen op de markt voor computerprogramma's een monopolie werd toegekend, waardoor de ontwikkeling en de innovatie op deze markt aanzienlijk zouden worden afgeremd, hetgeen zou ingaan tegen de doelstelling van richtlijn 2001/29.”

Het is aan de nationale rechter om te beoordelen of een specifieke gebruiksinterface voldoet aan het oorspronkelijkheidscriterium, zo concludeert A-G Bot. Ten slotte adviseert de A-G over de vraag of het tonen van de gebruiksinterface in een televisie uitzending moet worden gezien als een auteursrechtelijk relevante openbaarmaking (een mededeling aan het publiek) en als zodanig onderwerp van het verbodsrecht van de auteursrechthebbende. De A-G beantwoord deze vraag negatief:

 

“84.      De grafische gebruikersinterface onderscheidt zich dus door zijn bijzondere aard van andere door het gemeenrechtelijk auteursrecht beschermde werken. De oorspronkelijkheid ervan ligt in het ontwerp en in de manier waarop wordt gecommuniceerd met de gebruiker, die bijvoorbeeld commandoknoppen kan gebruiken of vensters kan openen.

 

85.      Wanneer deze interface op een televisiescherm wordt getoond, verliest hij echter zijn oorspronkelijk karakter, doordat het wezenlijke bestanddeel ervan, namelijk de interactie met de gebruiker, onmogelijk wordt.

 
86.      Wanneer de grafische gebruikersinterface is ontdaan van het wezenlijke bestanddeel dat hem kenmerkt, beantwoordt hij dus niet meer aan de definitie van een werk in de zin van artikel 2, sub a, van richtlijn 2001/29. Hetgeen de televisieomroep via de televisieschermen toont en aan het publiek meedeelt, vormt dus niet langer een werk.”

Lees hier de volledige Conclusie

BRON: Curia


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.