NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Commissariaat publiceert beleidsregels reclame publieke omroepen

Commissariaat publiceert beleidsregels reclame publieke omroepen

Hiermee geeft het Commissariaat nadere invulling aan de wettelijke regels die gelden voor reclame die wordt verspreid door publieke omroepen. Sinds de invoering van de Mediawet 2008 op 1 januari 2009 zijn de reclameregels voor de publieke omroepen niet meer alleen van toepassing op radio- en televisieprogramma’s, maar op alle mediadiensten die de publieke omroepen aanbieden, dus ook op bijvoorbeeld websites of mediadiensten op aanvraag.

De reclameregels hebben met name betrekking op de herkenbaarheid van reclame, het aandeel reclame ten opzichte van andere content, en de plaatsing van de reclame, inclusief het onderbrekingsregime.

Een interessant onderdeel is de toepassing van het maximum aandeel reclame op teletekst- en internetpagina’s. Dit maximum is wettelijk vastgelegd op 12 minuten per klokuur, dat wil zeggen dat per uur 12 minuten reclame mag worden uitgezonden. Maar bij reclame op teletekst en in het grafische of tekstgedeelte op websites is niet vast te stellen hoe lang een bezoeker naar de reclameboodschap kijkt, in verhouding tot de tijd die hij naar het overige media-aanbod kijkt.

Dit probleem speelt niet alleen bij reclame op teletekst of websites van publieke omroepen, maar ook bij reclame op websites van commerciële omroepen waarop rechtstreeks (lineair) radio- en televisieprogramma’s worden uitgezonden. Want ook bij lineaire programma’s van commerciële omroepen is maximaal 12 minuten reclame per klokuur toegestaan. Hoewel deze beleidsregels daar niet op van toepassing zijn, zal het Commissariaat daar waarschijnlijk wel op dezelfde manier naar kijken.

In de beleidsregels wordt hierover het volgende opgemerkt:

32. Een maximum aan het aandeel van de reclameboodschappen in het tekst- en/of

grafische gedeelte van het media-aanbod zoals op internet- of teletekstpagina’s laat

zich niet zo eenvoudig vaststellen. Bij internet gaat het doorgaans om reclame in de

vorm van zogeheten banners of buttons. Een limiet uitdrukken in een maximum van

de afmetingen van de advertentie verdraagt zich moeilijk met de praktijk waar banners

en buttons in allerlei soorten en maten worden gebruikt en kunnen worden afgestemd

op de wensen van de adverteerder. Een grens stellen aan het aantal aanbieders van

een reclameboodschap op één pagina heeft als bezwaar dat het geen rekening houdt

met de op internet veel voorkomende praktijk waarbij banners om de zoveel tijd van

inhoud veranderen doordat de adverteerders automatisch roteren.

 

33. Teneinde recht te doen aan de mogelijkheden van nieuwe reclametechnieken en

omwille van de handhaafbaarheid is gekozen voor een zoveel mogelijk

techniekneutrale insteek, waarbij als algemeen uitgangspunt is opgenomen dat de

reclame beperkt in hoeveelheid en duur en niet overheersend is. Het Commissariaat

vindt in ieder geval dat daarvan geen sprake is als de banners of andere advertenties

samen meer dan tien procent van de ruimte van één pagina in beslag nemen. Daarbij

wordt als pagina beschouwd, dat wat te zien is in één browserscherm. De eventuele

reclame- en telewinkelboodschappen binnen het video en/of audio gedeelte van een

pagina (op internet doorgaans in de vorm van een pre-roll) wordt bij de calculatie van

die tien procent buiten beschouwing gelaten. Het Commissariaat zal handhavend

optreden indien blijkt dat het totale aandeel van banners, buttons of andere

advertenties op één pagina deze limiet te boven gaat. De limiet van tien procent heeft

betrekking op reclame- en telewinkelboodschappen binnen het tekst- en of grafische

gedeelte van het media-aanbod. Het kan daarbij gaan om advertenties in de vorm van

banners of buttons op internetpagina’s maar dus ook om advertenties op

teletekstpagina’s.

 

34. Het Commissariaat wijst er met nadruk op dat de tien procent een maximumnorm

betreft. Reclame kan ook overheersend en niet beperkt in volume zijn als het aandeel

minder dan tien procent van de pagina bedraagt. Het Commissariaat beschouwt

bijvoorbeeld ook als overheersend en daarmee als ongeoorloofd reclametechnieken

waarmee extra vensters ongevraagd geopend worden op dezelfde internetpagina

zoals ‘pop ups’, ‘pop unders’ (waarbij de reclame zichtbaar wordt als het hoofdvenster

gesloten wordt door de gebruiker) en ‘hover banners’ (waarbij de reclame in beeld

blijft als de gebruiker door de pagina-inhoud scrollt). Het gebruik van zogeheten ‘video

overlay’ advertenties acht het Commissariaat niet toegestaan voor publieke mediainstellingen.

Bij deze reclamevorm wordt een advertentie getoond – meestal over een deel van de video heen – tijdens het afspelen van de video. Het indringende en overheersende karakter van deze reclamevormen staat op gespannen voet met de publieke mediaopdracht. Daarbij komt dat bij dergelijke reclametechnieken een ongewenste vorm van onderbreking van het media-aanbod kan ontstaan. De ‘webcommercials’ waarbij een reclame video binnen een banner wordt afgespeeld

worden alleen dan als niet-overheersend beschouwd als de video in kwestie pas

wordt afgespeeld als de gebruiker daarvoor kiest door bijvoorbeeld het aanklikken van

de banner.”

Zelfpromotie voor de eigen producten, diensten of programma’s van een publieke omroep telt in principe niet mee bij de berekening van dit maximum. De regels zijn verder in principe techniek-onafhankelijk, dat wil zeggen dat het niet uitmaakt via welk platform de reclame wordt verspreid.

Lees hier de beleidsregels.

BRON: Commissariaat voor de Media


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.