NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Column Menno Weij in Automatisering Gids: de rechter en internet

Column Menno Weij in Automatisering Gids: de rechter en internet

Afgelopen vrijdag verscheen mijn column in de rubriek conflICT van de Automatisering Gids. Lees hieronder de ruwe tekst.  

De rechter en internet: gaan die twee goed samen?

Een column over enkele gerechtelijke uitspraken met daarin een belangrijke rol weggelegd voor het internet

Iedereen zal begrijpen dat rechters internetten. Ook als het gaat om een zaak waarover zij een knoop moeten doorhakken. Maar waar liggen de grenzen? Kan een rechter een bericht op internet zomaar als feit aannemen bij een beslissing? En wat als een bestand volgens de rechter niet op internet te vinden is.  Is het dan als 'niet-gedisclosed' te beschouwen?

Laat ik met het laatste beginnen. Een wel aan de hand van een raadsel. Als een boom in een bos omvalt en er is niemand in de buurt om het te horen, maakt het dan geluid? Naar mijn mening wel.  Dat brengt mij op de kern van een tweetal uitspraken over de uitleg van de term "openbaarmaken" op internet. Voor de niet-juristen: "openbaarmaken" is een term uit de Auteurswet, en komt in het kort gezegd neer op het ter beschikking stellen aan het publiek. De uitspraken in kwestie zoomen specifiek in op de vraag of er sprake is van openbaarmaken op het internet. In beide gevallen neemt de rechtbank aan dat daarvan geen sprake is omdat de bewuste bestanden (zeer) moeilijk vindbaar zouden zijn.

De eerste zaak betreft Geenstijl.nl. In een eerste vonnis werd Geenstijl.nl geboden om  ‘elke openbaarmaking,’ van een bepaald filmpje te stoppen. Vervolgens bleek dat het bewuste filmpje nog steeds te vinden was op internet, namelijk via de URL: htpp//geenstijl.prevvy.com/posts/8ffe065a8dace4dd3082806dbc587d04/. Er werd vanuit geen enkele website rechtstreeks gelinkt naar het filmpje, zodat het in de praktijk vrijwel alleen te vinden was door de specifieke URL in te voeren in de browser. Er volgde een executiegeschil, over de vraag of nu sprake is van een openbaarmaking van het filmpje. De rechtbank vindt van niet:

Anders dan [gedaagde] heeft betoogd moeten de desbetreffende beelden dan echter wel zonder uitgebreid zoeken toegankelijk zijn voor het (gewone internet) publiek, zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van specifieke adressen.”

De tweede zaak betreft een webwinkel die de auteursrechtelijk beschermde foto’s van Dreamgirl gebruikte om lingerie aan de man te brengen. De webwinkel werd ook in eerste instantie geboden om het openbaarmaken van de foto’s te stoppen. Ook hier bleek dat de bewuste foto’s daarna nog steeds te vinden waren op het internet, maar slechts door een specifieke URL in te typen. In dit geval onder andere de URL: http://static.mijnwebwinkel.nl/winkel/benstout/thumb15330710.jpg.

Wederom wordt in een executiegeschil geoordeeld dat er geen sprake is van openbaarmaking:

“Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan het opgeslagen houden van de foto’s op een server die niet zonder meer voor het publiek toegankelijk is, niet worden aangemerkt als een overtreding van het vonnis van 27 juni 2011.

Mijns inziens brengt het feit dat een filmpje of foto op internet moeilijk vindbaar is, niet mee dat van openbaarmaking geen sprake is. Sterker nog, naar mijn smaak maakt het überhaupt niet uit of er daadwerkelijk iemand is die het bestand heeft gezien of ontvangen.

Daar komt nog bij dat het natuurlijk afhangt van de kennis en kunde van de zoekende persoon hoe gemakkelijk of hoe moeilijk het bewuste bestand voor hem of haar te vinden is. Elke zoekmachine gebruikt een ander algoritme om de zoekopdrachten uit te voeren, zodat een bepaald bestand bij de ene zoekmachine hoger in de resultaten zal verschijnen dan bij de andere zoekmachine. De zoekresultaten zijn bovendien afhankelijk van de cookies die op de gebruikte computer staan.  Ik denk dus dat rechters hier kritischer in zouden mogen zitten.

De laatste zaak betreft de vraag  in welke gevallen de rechter gebruik mag maken van informatie op het internet.  De Hoge Raad fluit in deze uitspraak het Gerechtshof terug. Het Hof had zich in zijn beslissing gebaseerd op gegevens die het had ontleend aan een eigen zoektocht op een internetsite, zonder één van de procespartijen daarvan in kennis te stellen of de gelegenheid te bieden op die gegevens te reageren.

Volgens de Hoge Raad, "heeft het hof zijn beslissing kennelijk doen steunen op feitelijke gegevens die niet in het procesdossier voorkwamen, maar die het uit eigen beweging op internet heeft gevonden. Door die gegevens aan zijn beslissing ten nadele van die procespartij ten grondslag te leggen, zonder dat deze de gelegenheid heeft gekregen van die gegevens kennis te nemen en daarop desgewenst te reageren, heeft het hof gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor.”  Kortom, als rechter dien je partijen in staat te stellen te mogen reageren op feiten die je via internet vindt. En terecht natuurlijk.

BRON: automatisering gids 14/10/2011


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.