NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Boetes en het vereiste van ingebrekestelling

Boetes en het vereiste van ingebrekestelling


Een boetebeding lijkt soms zo simpel, maar met het incasseren ervan kan je nog wel eens tegen nare (juridische)  verrassingen aanlopen. Bijvoorbeeld met het vereiste omtrent ingebreke stellen.

Zo ook in een zaak omtrent een franchise. In een franchise-overeenkomst was op overtreding van een aantal contractuele verplichtingen, een boete gesteld. De eisende partij meent dat hij aanspraak maakt op die boete. De rechter wijst de vordering af. Want, zo redeneert de rechter, reeds op grond van het ontbreken van een ingebrekestelling - per mail of per aangetekend schrijven - kan worden geconcludeerd dat er geen grond is voor een veroordeling tot betaling van een boete.

Letterlijk luidt de relevante overweging als volgt:  

"Niet in geschil is tussen partijen dat uit de tekst van de franchiseovereenkomst volgt dat voor een geslaagd beroep op artikel 29 lid 4 van de franchiseovereenkomst vereist is een ingebrekestelling die per aangetekende post is verzonden. [eiser] heeft zijn stelling dat hij een ingebrekestelling per mail heeft verzonden niet nader onderbouwd. Meer in het bijzonder heeft hij nagelaten aan te geven welke mails als een ingebrekestelling kunnen worden beschouwd. In de procedure is een heel pakket met e-mailcorrespondentie overgelegd zonder nadere toelichting op dit punt. Voor zover [eiser] heeft beoogd te verwijzen naar een email van (waarschijnlijk) 29 januari 2009 waarin hij schrijft over een schadeloosstelling voor omzetderving, geldt het volgende. In deze mail is niets terug te vinden omtrent een redelijke termijn voor de nakoming, hetgeen essentieel onderdeel is van een ingebrekestelling. Dat geldt evenzeer voor andere overgelegde e-mails van bijvoorbeeld 2 maart 2009, 27 februari 2009 en 23 februari 2009. Dat brengt mee dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat [eiser] De IJsvogel Groep in gebreke heeft gesteld.
In het midden kan vervolgens blijven of het in het onderhavige geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om [eiser] te houden aan het overeengekomen vereiste van aangetekend schrijven.
Reeds op grond van het ontbreken van een ingebrekestelling –per mail of per aangetekend schrijven- kan worden geconcludeerd dat er geen grond is voor een veroordeling tot betaling van een boete
."

De rechter verwijt de eisende partij overigens impliciet e.e.a. onvoldoende gesubstantieerd te hebben. Dat is inderdaad een risico bij het overleggen van een heel "pakket met e-mails".

Toch heb ik wel het gevoel dat de rechter wat makkelijk over de vraag heenstapt of er wel een ingebrekestelling gestuurd had moeten worden. (NB: je moet daarbij een onderscheid maken tussen de niet-nagekomen verplichting aan de ene kant, en de vereisten omtrent verzuim en ingebrekestelling met betrekking tot de schade en de boete aan de andere kant).

De wet (artikel 6:93 BW) legt uit dat bij het vorderen van een boete, dezelfde eisen gelden als bij het vorderen van schadevergoeding. En dan is lang niet in alle gevallen een ingebrekestelling vereist. Mogelijk ligt daar nog een opening voor de eisende partij in deze zaak bij een eventueel beroep.

Les uit deze uitspraak is en blijft hoe dan ook: doe een zorgvuldige check op de vereisten rondom ingebrekestelling alvorens een boete op te eisen. Niet alleen de eisen uit de wet, maar ook die uit het contract zelf (bijvoorbeeld een aangetekend schrijven).

Lees hier de hele uitspraak. 

BRON: rechtspraak.nl, LJN BW3756


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.