NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Bewaarplicht ISP’s en handhaving IE-rechten

Bewaarplicht ISP’s en handhaving IE-rechten

Onlangs deed het Hof van Justitie EU (‘HvJ’) een opmerkelijke uitspraak over de verhouding tussen de bewaarplicht van ISP’s uit hoofde van Richtlijn 2006/24/EG en de handhaving van intellectuele eigendomsrechten uit hoofde van de Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG).

In deze zaak ging het om een klant van de Zweedse ISP ePhone die 27 luisterboeken online beschikbaar had gesteld. De auteursrechthebbenden hadden daarvoor geen toestemming gegeven en dus pleegde de ePhone klant inbreuk. Teneinde de identiteit van de inbreukmaker te achterhalen, eisten de rechthebbenden dat ePhone de naam- en adresgegevens zou verstrekken van degene die gebruik maakte van het IP-adres waarmee de inbreuk was gepleegd. ePhone weigerde. In de rechtzaak die hierop volgde bepaalde de Zweedse rechter dat ePhone de gevraagde gegevens moest leveren, dit op basis van het Zweedse equivalent van artikel 8 van de Handhavingsrichtlijn. Deze bepaling voorziet erin dat er een rechterlijk bevel kan worden gegeven aan derde partijen om onder meer NAW-gegevens van de inbreukmaker aan de rechthebbende te verstrekken.

In hoger beroep is aan het HvJ de vraag voorgelegd of Richtlijn 2006/24/EG (Bewaarplichtrichtlijn) zich ertegen verzet dat ISP’s kunnen worden bevolen om identificerende gegevens van hun abonnees aan houders van intellectuele eigendomsrechten te verstrekken in het geval van bewezen inbreukmakend handelen. Op basis van deze richtlijn zijn ISP’s verplicht om gedurende een half jaar onder meer vast te leggen welke gebruiker welk IP-adres had en wanneer diens internetverbinding in- of uitgeschakeld werd. Volgens artikel 1 van de richtlijn is het doel van deze bewaarplicht om te garanderen dat de betreffende gegevens beschikbaar zijn voor het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige criminaliteit.

Deze bewaarplicht is zeer omstreden, tegenstanders zijn bang voor ‘function creep’, dat wil zeggen dat de opgeslagen gegevens niet alleen zullen worden gebruikt voor de bestrijding van zware criminaliteit. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat deze angst bewaarheid is geworden. Het HvJ oordeelde namelijk dat Richtijn 2006/24/EG er niet aan in de weg staat dat op grond van artikel 8 van de Handhavingsrichtlijn ISP’s door een rechter kunnen worden bevolen NAW-gegevens van een abonnee aan een auteursrechthebbende in verband met een auteursrechtinbreuk. Het HvJ geeft als reden dat Richtlijn 2006/24/EG een ander doel heeft dan de Handhavingsrichtlijn. Omdat het in deze zaak niet gaat om de bestrijding van zware criminaliteit maar om de handhaving van auteursrechten, valt dit buiten de werkingssfeer van Richtlijn 2006/24/EG, aldus het Hof.

Hoewel dit een wat kromme redenering is, is de uitspraak niet zo ernstig als wel wordt gevreesd, bijvoorbeeld door Bits of Freedom. De kern van de zorg van partijen als BoF wordt – helaas mag ik wel zeggen - niet door het Hof geadresseerd. De vraag of de gegevens die worden bewaard in verband met de bewaarplicht, ook mogen worden gebruikt in verband met de handhaving van IE-rechten wordt immers niet beantwoord.

Omdat de bewaarplicht niet is ingevoerd in Zweden, kon het Hof de zaak afdoen op basis van de ePrivacy Richtlijn (2002/58/EG) in combinatie met de Handhavingsrichtlijn. De ISP beschikte immers al over de gevraagde gegevens, ongeacht enige bewaarplicht. Het HvJ oordeelde uiteindelijk dat  ISP’s gedwongen kunnen worden NAW-gegevens van een inbreukmaker aan een auteursrechthebbende te geven, mits daar een rechter aan te pas komt, de rechter een belangenafweging toepast, en daarbij rekening houdt met het evenredigheidsprincipe.

In Nederland zijn ISP's al sinds de Lycos/Pessers uitspraak van de Hoge Raad uit 2005 verplicht NAW-gegevens van hun klanten aan rechthebbenden te verstrekken, niet eens op basis van een specifieke wet maar enkel op basis van de algemene onrechtmatige daadsleer. In zoverre is de recente uitspraak van het Hof van Justitie zelfs positief: er kan immers in worden gelezen dat zonder een rechterlijk bevel ISP’s niet gehouden zijn tot het verstrekken van NAW-gegevens. Dat zou vanuit privacy perspectief een aanmerkelijke verbetering zijn van de rechten van de abonnees van ISP’s ten opzichte van de Lycos/Pessers praktijk.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.