NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Auteursrechtelijke positie van regisseurs wordt sterker

Auteursrechtelijke positie van regisseurs wordt sterker

In de zaak Luksan zijn door de Oostenrijkse rechter vragen van uitleg gesteld aan het Europese Hof van Justitie over het filmauteursrecht. Afgelopen dinsdag 6 september is de conclusie van Advocaat-Generaal Trstenjak gepubliceerd. Meestal volgt de hoogste Europese rechter de aanbevelingen van de A-G.

 

In het kort kwam de eerste vraag van de Oostenrijkse rechter erop neer wie nu eigenlijk gezien moet worden als de “auteur van een filmwerk”. Die vraag is beantwoord in twee specifieke richtlijnen, de Satelliet- en kabelrichtlijn en de Duurrichtlijn. Ten aanzien van bepaalde rechten neergelegd in die richtlijnen geldt dat in elk geval de hoofdregisseur wordt aangemerkt als auteursrechthebbende.

 

De richtlijnen bieden de rechthebbende echter slechts een beperkt aantal rechten. De A-G heeft nu geconcludeerd dat de hoofdregisseur ook buiten die gevallen moet gelden als auteur. De regisseur zou op grond van het EG-recht in ieder geval ook het reproductie- en mededelingsrecht toekomen zoals neergelegd in de Auteursrechtrichtlijn en het recht op uitzending via satelliet.

 

De tweede vraag die de Oostenrijkse rechter stelde, was of het toegelaten is hiervan af te wijken in die zin dat in het nationale recht wordt vastgelegd dat de genoemde rechten direct bij de filmproducent en niet bij de regisseur komen te liggen, ook al wordt die laatste aangemerkt als auteur. Dat mag, zo concludeert de A-G op grond van de Berner Conventie. Er zijn echter wel een drietal voorwaarden aan verbonden.

 

Ten eerste moeten de hoofdregisseur en de filmproducent een overeenkomst hebben gesloten, waarbij de hoofdregisseur zich ertoe verbindt als regisseur op te treden. Dit is eigenlijk impliciet of expliciet altijd zo.

 

Ten tweede moeten afwijkende overeenkomsten mogelijk zijn.

 

Ten derde moet op basis van het grondrechtelijke eigendomsrecht zoals neergelegd in het Europese Handvest van Grondrechten verzekerd zijn dat de filmauteur een billijke vergoeding ontvangt. Vooral deze laatste voorwaarde is belangrijk. De A-G concludeert dat voor alle beperkingen op het eigendomsrecht van de filmauteur, waaronder met name de beperking die is gelegen in de thuiskopie-exceptie, een billijke vergoeding moet worden betaald die moet worden vastgesteld in lijn met artikel 17 van het Handvest.

 

Indien het Hof van Justitie de A-G volgt, is dit een belangrijke stap voorwaarts. Ten eerste in de erkenning van de auteursrechtelijke positie van regisseurs. Ten tweede in het erkennen van het recht op een billijke compensatie.

 

Lees hier het bericht op IE-forum met aankondiging van een debat o.l.v. van prof. Visser over (onder andere) deze zaak. 

BRON: IE-Forum


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.