NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Artikel 29 Werkgroep publiceert opinie over doelbinding bij verwerking van persoonsgegevens

Artikel 29 Werkgroep publiceert opinie over doelbinding bij verwerking van persoonsgegevens

De Article 29 Data Protection Working Party (de Werkgroep 29) heeft gisteren een opinie gepubliceerd waarin een uitvoerige analyse wordt gegeven van het beginsel van doelbinding – ofwel “purpose limitation” – bij de verwerking van persoonsgegevens.

Op grond van dit principe, neergelegd in artikel 9 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en artikel 6 van de Europese privacyrichtlijn, mogen persoonsgegevens alleen worden verwerkt ten behoeve van welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden. Onder omstandigheden mogen de verzamelde gegevens later ook worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze zijn verkregen. Dat mag echter niet gebeuren op een wijze die onverenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens heeft verzameld.

De Werkgroep 29 gaat in de Opinie nader in op de vraag wanneer een verwerking (niet) onverenigbaar is. Dat hangt volgens de Werkgroep af van de omstandigheden van het specifieke geval. Enerzijds moet de betrokkene weten waar hij aan toe is (rechtszekerheid), anderzijds moet er onder omstandigheden wel ruimte zijn om gegevens verder te verwerken (flexibiliteit).

De Werkgroep noemt een aantal factoren die een belangrijke rol spelen bij de vaststelling of een wijze van verwerking verenigbaar is met het oorspronkelijke doel, namelijk:

·         De mate van verwantschap tussen het oorspronkelijke doel en het doel van de verdere verwerking: hoe dichter het oorspronkelijke doel en het doel van de verdere verwerking bij elkaar liggen, hoe eerder de verwerking verenigbaar is.

·         De manier waarin de persoonsgegevens zijn verzameld en de redelijke verwachtingen die de betrokkene mag hebben ten aanzien van eventuele (verdere) verwerkingen van de persoonsgegevens.

·         De aard van de gegevens en de gevolgen van de (beoogde) verwerking voor de betrokkene: gegevens zullen minder snel verder mogen worden verwerkt indien het ‘gevoelige’ gegevens betreft. Ook wanneer de verdere verwerking verstrekkende gevolgen heeft voor de betrokkene, is deze al snel onverenigbaar.

·         De wijze waarop de gegevens zijn verkregen en de mate waarin passende waarborgen voor de betrokkene zijn genomen: hier is bijvoorbeeld van belang of de gegevens buiten de betrokkene om zijn verkregen en of hij bijvoorbeeld geïnformeerd is over het voorgenomen gebruik. Bij passende waarborgen valt te denken aan het anonimiseren of pseudonimiseren van persoonsgegevens en/of het gebruik van “privacy enhancing technologies”. Dergelijke maatregelen zullen bijvoorbeeld genomen moeten worden indien de verdere verwerking van persoonsgegevens geschiedt voor statistische of onderzoeksdoeleinden.

Interessant is dat de Werkgroep in de Opinie ook ingaat op het concept van doelbinding in relatie tot “Big Data”. Met Big Data worden de enorme hoeveelheden beschikbara data bedoeld waar bedrijven tegenwoordig de beschikking over hebben. Uit die data kunnen bedrijven vervolgens patronen afleiden en voorspellingen doen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van allerlei innovatieve technologieën. In bijlage 2 gaat de Werkgroep in op de privacygevolgen van Big Data. Despite its potential for innovation, big data may also pose significant risks for the protection of personal data and the right to privacy.”

Om die reden benadrukt de Werkgroep de passende waarborgen moeten worden genomen om de privacy te beschermen. Dit kan gebeuren door de data te anonimiseren (in het geval de data wordt geanaliseerd om trends te signaleren), of door de betrokkenen expliciet om toestemming te vragen (“opt-in”, in het geval de data wordt gebruikt voor bijvoorbeeld gerichte targeting en profilering).

De Opinie gaat ook nog in op Open Data, ofwel openbare data, en merkt daarover op dat ook hier “appropriate data protection safeguards” genomen moeten worden.

In de Opinie doet de Werkgroep een aantal concrete aanbevelingen. In de eerste plaats is de Werkgroep van mening dat een onverenigbare secundaire verwerking niet rechtgetrokken zou moeten kunnen worden door de omstandigheid dat de verantwoordelijk deze kan baseren op één van de in de wet genoemde grondslagen voor rechtmatige gegevensverwerkingen. Dit standpunt van de Werkgroep wijkt af van artikel 6 lid 4 van de voorgestelde Privacyverordening, dat bepaalt dat “where the purpose of further processing is not compatible with the one for which the personal data have been collected, the processing must have a legal basis at least in one of the grounds referred to in points (a) to (e) of paragraph 1.” De Werkgroep stelt daarom voor dit artikellid te schrappen uit de Verordening.

Daarnaast pleit de Werkgroep ervoor dat lidstaten de hierboven genoemde factoren om te beoordelen of een secundaire verwerking verenigbaar is met zoveel woorden opnemen in de nationale privacywetgeving. Dit is in Nederlandse Wbp reeds het geval.

Doordat er veel praktijkvoorbeelden worden genoemd in de richtsnoeren, is het een voor de praktijk bruikbaar document.

Lees hier de hele opinie.

BRON: ec.europa.eu


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.