NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Arrest van het Europese Hof van Justitie: Portakabin/ Primakabin

Arrest van het Europese Hof van Justitie: Portakabin/ Primakabin

Het heeft even geduurd, maar het Europese Hof van Justitie heeft 8 juli 2010 de prejudiciële vragen beantwoord betreffende het gebruik van andermans merk in AdWords van Google.

 

Bepaalde prejudiciële vragen waren al eerder beantwoord in het Google AdWords- arrest van 23 maart 2010.

 

Een opfrisser: het gebruik van andermans merk als trefwoorden ten behoeve van een AdWord campagne wordt beschouwd als merkgebruik. De merkhouder kan een adverteerder dat gebruik verbieden wanneer die reclame het voor de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt om te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel, integendeel, van een derde.

 

Hoewel het Hof in het Google Adwords- arrest al had bepaald dat het wel of niet verschijnen van het merk in de gesponsorde link (advertentie) niet relevant was, (zie r.o. 65 van het Google Adwords-arrest), was daarmee nog niet echt duidelijkheid geschept over het zogenaamde ‘onzichtbare gebruik’ waar ook A-G Verkade in zijn conclusie in deze zaak bij stil staat. Het Hof oordeelt dat niet relevant is dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de situatie waarin de waren met behulp van het merk  in de gesponsorde link te koop worden aangeboden, of pas - na het aanklikken van een gesponsorde link -  op de website van de adverteerder; het ‘onzichtbare gebruik’. De adverteerder streeft er namelijk -  hoe dan ook -  naar dat de internetgebruiker die het woord (merk) als zoekterm invoert, op zijn gesponsorde link zal klikken om kennis te nemen van zijn verkoopaanbod.

 

Voorts verklaart het Hof dat, hoewel de adverteerder zich in het algemeen niet op de uitzondering van art. 6 van de Merkenrichtlijn kan beroepen om aan het verbod te ontkomen, de nationale rechter nog wél alle relevante omstandigheden algemeen moet beoordelen en na moet gaan of inderdaad geen gebruik in de zin van art. 6 lid 1 is geweest dat kan worden beschouwd als gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.

 

Daarnaast geeft het Hof nadere uitleg van de uitputtingsregel van art. 7 van de Merkenrichtlijn. Deze regel houdt in dat de adverteerder reclame mag maken voor de wederverkoop van de waren die door de merkhouder in de Europese Economische Ruimte (EER) in de handel zijn gebracht, tenzij de merkhouder gegronde redenen heeft om zich hier tegen te verzetten.

 

De merkhouder kan zich bijvoorbeeld verzetten indien er een indruk wordt gewekt dat er een economische band bestaat tussen de wederverkoper en de merkhouder of het gebruik de reputatie van het merk ernstig schaadt (zie ook het BMW/Deenik-arrest). Niets nieuws onder de zon. Wél nieuw is dat de ‘’gegronde reden’’ nader wordt uitgewerkt door het Hof in r.o.93:

 

De nationale rechter, die dient te beoordelen of in de bij hem aanhangige zaak al dan niet sprake is van een gegronde reden:

      kan niet op basis van het enkele feit dat een adverteerder het merk van een ander gebruikt onder de toevoeging van woorden die aangeven dat de betrokken waren worden doorverkocht, zoals „gebruikt” of „tweedehands”, constateren dat de advertentie de indruk wekt dat de wederverkoper en de houder van het merk economisch zijn verbonden of de reputatie van het merk ernstig schaadt;

-       moet vaststellen dat een dergelijke gegronde reden bestaat wanneer de wederverkoper zonder toestemming van de houder van het merk dat hij in het kader van de reclame voor zijn wederverkoopactiviteiten gebruikt, de vermelding van dit merk heeft verwijderd van de waren die door deze merkhouder zijn vervaardigd en in de handel gebracht en deze vermelding heeft vervangen door een etiket waarop de naam van de wederverkoper vermeld staat, waardoor dat merk onzichtbaar wordt gemaakt, en

-       moet in zijn overweging betrekken dat het een wederverkoper die is gespecialiseerd in de verkoop van tweedehands waren van een merk niet kan worden verboden gebruik te maken van dit merk om bij het publiek te adverteren voor zijn wederverkoopactiviteiten, die behalve de verkoop van tweedehands waren van bedoeld merk de verkoop van andere tweedehands waren omvatten, tenzij de wederverkoop van deze andere waren, gelet op de omvang, de presentatie of de slechte kwaliteit ervan, het imago dat de houder voor zijn merk heeft weten te creëren, ernstig zou kunnen schaden.”

Lees hier het hele arrest.

 

BRON: Boek9.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.