NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • "Algemene voorwaarden te raadplegen door zoekopdracht op internet" is onvoldoende

"Algemene voorwaarden te raadplegen door zoekopdracht op internet" is onvoldoende

Een partij biedt de mogelijkheid om algemene voorwaarden (de FENIT voorwaarden) te raadplegen door een zoekopdracht op internet. Mag dat? De Hoge Raad geeft duidelijk antwoord: Nee: De gebruiker van algemene voorwaarden heeft de wederpartij zo geen redelijke mogelijkheid geboden (ex. Art. 6:233 onder b BW) om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

Wat zegt de wet?

Artikel 6:233 aanhef en onder b BW stelt dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is, indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

Artikel 6:234 lid 1 BW geeft daar de uitwerking van. In het algemeen dient de gebruiker de algemene voorwaarden uiterlijk op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten aan de wederpartij ter hand te hebben gesteld. Is dit redelijkerwijs niet mogelijk, dan is voldoende dat de gebruiker uiterlijk op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten aan de wederpartij bekend heeft gemaakt dat de algemene voorwaarden bij hem ter inzage liggen of bij de Kamer van Koophandel of bij een griffie van het gerecht zijn gedeponeerd, alsmede dat de algemene voorwaarden op verzoek zullen worden toegezonden.

Komt de overeenkomst langs elektronische weg tot stand, of heeft de wederpartij uitdrukkelijk ingestemd met het ter beschikking stellen van algemene voorwaarden via elektronische weg (6:234 lid 3 BW), dan moeten de algemene voorwaarden uiterlijk op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten op zodanige wijze ter beschikking zijn gesteld dat de gebruiker ze kan opslaan en ze toegankelijk zijn voor latere kennisneming of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij bekend is gemaakt waar de algemene voorwaarden online langs elektronische weg beschikbaar zijn, alsmede dat ze op verzoek worden toegezonden (al dan niet langs elektronische weg) (6:234 lid 2 BW).

Wat zegt de Hoge Raad?

In onderhavig geval is de overeenkomst niet langs elektronische weg tot stand gekomen, noch heeft de wederpartij ingestemd met het ter beschikking stellen van algemene voorwaarden via elektronische weg. Artikel 6:234 lid 2 is dus niet van toepassing.

De Hoge Raad merkt bovendien op dat “een redelijke en op de praktijk afgestemde uitleg van de in art. 6:233, onder b, in verbinding met art. 6:234 vervatte regeling niet meebrengt dat, indien de mogelijkheid tot kennisneming langs elektronische weg mag worden geboden, de gebruiker reeds aan zijn uit art. 6:233, onder b, voortvloeiende informatieplicht heeft voldaan indien de betreffende voorwaarden (door een zoekopdracht) op internet kunnen worden gevonden.

Oftewel: het is onvoldoende om te stellen dat algemene voorwaarden vindbaar zijn op internet. De Hoge Raad motiveert dat de gebruiker het initiatief tot bekendmaking van de algemene voorwaarden moet nemen, en wel op zodanige wijze dat voor de wederpartij duidelijk is welke voorwaarden op de rechtsverhouding van toepassing zijn. De wederpartij moet eenvoudig kennis kunnen nemen van de voorwaarden.

Lees hier het arrest (Hoge Raad 11 februari 2011, First Data / KPN Hotspots Schiphol (Attingo), LJN: BO7108).

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.