NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Algemene voorwaarden en "grote" wederpartijen

Algemene voorwaarden en "grote" wederpartijen

Bij het het gebruik van algemene voorwaarden geldt de terhandstellingsplicht: vóór of tijdens het sluiten van de overeenkomst dienen de voorwaarden aan de wederpartij terhand te worden gesteld.

Een concrete uitzondering daarop is in ieder geval die van de  'grote' wederpartijen. Indien je te maken hebt met een 'grote' wederpartij, geldt de terhandstellingsplicht dus niet. Maar wanneer is een wederpartij nu 'groot'?

Het antwoord staat in de wet (6:235 BW): je bent - kort gezegd - groot als je een jaarrekening openbaar maakt, of indien er 50 of meer personen werkzaam zijn.

De vraag waar de rechtbank Arnhem recent mee is geconfronteerd, is of de jaarrekening uitzondering geldt voor partijen die jaarrekeningplichtig zijn of die daadwerkelijk de jaarrekening publiceren.

Het korte antwoord luidt: "bepalend is of de jaarrekening daadwerkelijk gepubliceerd is en niet of er een verplichting is tot het openbaar maken van de jaarrekening."

Het lange antwoord luidt:
"2. Het meest verstrekkende verweer van Arcelormittal is dat Bentstaal geen beroep op de vernietigingsgronden van de artikelen 6: 233 en 234 BW toekomt, omdat zij een “grote wederpartij” is in de zin van artikel 6:235 lid 1 sub a BW, omdat zij over de jaren 2008 en 2009 haar volledige jaarrekeningen heeft gepubliceerd. Bentstaal heeft dat laatste niet betwist, maar zij heeft betwist dat op haar de verplichting rust haar volledige jaarrekeningen openbaar te maken, omdat zij geen “grote wederpartij” is. Bij haar zijn, zo stelt zij, minder dan 50 werknemers werkzaam.

3. In de wetsgeschiedenis van het huidige artikel 6:235 lid 1 sub a BW (Parl. Gesch., InvW 6, p. 1631 en 1644) staat:

“Het criterium onder a (het criterium van art. 6:235 lid 1 onder a BW; de rechtbank) verwijst naar de artikelen 360 e.v. van boek 2, met name de artikelen 396 en 403. Als ‘grote’ wederpartijen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen, die hun gehele jaarrekening moeten publiceren, dus niet kunnen volstaan met een beperkte balans als bedoeld in artikel 396 lid 7; men zie de criteria in lid 1 van dat artikel alsmede artikel 398.
Teneinde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan.
(...)
Het amendement moet naar het ons voorkomt aldus worden begrepen, dat alleen rechtspersonen van wie een jaarrekening is openbaar gemaakt, onder de uitzondering, bedoeld in art. 2c lid 1 onder a ( art. 6:235 lid 1 onder a BW; de rechtbank) vallen; is geen jaarrekening openbaar gemaakt dan biedt lid 1 onder b het criterium, en zulks ongeacht of het gaat om rechtspersonen die publikatieplichtig zijn of niet. Dit strookt niet alleen met de tekst van het amendement (...) doch ook met de toelichting alwaar naar aanleiding van de bepaling onder a wordt opgemerkt: ‘Ten einde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan’ alsook: ‘met het woord ‘laatstelijk’ wordt gedoeld op de laatste openbaar gemaakte jaarstukken’. Vervolgens wordt over de bepaling onder b gezegd dat zij mede ziet op ’rechtspersonen bedoeld in artikel 360 Boek 2, die niet aan het onder a geformuleerde criterium voldoen’, waarvan als voorbeeld wordt gegeven(...). Het ligt voor de hand dat de bepaling onder b mede geldt voor ‘grote’ rechtspersonen die om een andere reden niet tot publikatie van een jaarrekening zijn overgegaan”.

4. Hoewel de wetgever met artikel 6:235 lid 1 sub a BW met name het oog lijkt te hebben gehad op grote wederpartijen op wie de plicht rust hun gehele jaarrekening te publiceren, heeft zij er ter voorkoming van bewijsproblemen voor gekozen om het daadwerkelijk publiceren van de jaarrekening als criterium te kiezen. Aldus is artikel 6:235 lid 1 sub a BW ook komen te luiden. Hieruit en uit de rechtspraak (Gerechtshof Arnhem 16 januari 2001, NJ 2002, 63 en 15 februari 2005, NJF 2005, 352) volgt dat voor de toepassing van dit artikel bepalend is of de jaarrekening daadwerkelijk gepubliceerd is en niet of er een verplichting is tot het openbaar maken van de jaarrekening.

5. Bentstaal heeft weliswaar aangevoerd dat zij geen ‘grote wederpartij’ is, maar zij gaat niet in op en betwist daarmee niet, de (met producties gestaafde) stelling van Arcelormittal dat Bentstaal haar volledige jaarrekening over 2008 en 2009 daadwerkelijk heeft openbaar gemaakt, zodat daarvan als onweersproken moet worden uitgegaan. Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot art. 6:235 lid 1 onder a BW is overwogen, komt Bentstaal daarom geen beroep op de vernietigingsgronden van art. 6:233 onder a en b BW toe. Het verweer van Bentstaal, dat de toepasselijke algemene voorwaarden van Arcelormittal haar voor of bij het sluiten van de overeenkomst niet ter hand zijn gesteld en dat het daarin neergelegde forumkeuzebeding vernietigbaar is, gaat reeds daarom niet op.

6. De slotsom is dat op de tussen de partijen gesloten overeenkomst de algemene voorwaarden van Arcelormittal van toepassing zijn en dat tussen hen een (geldig) forumkeuzebeding tot stand is gekomen. De exceptie van onbevoegdheid is dus ten onrechte opgeworpen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Bentstaal de proceskosten van het incident moeten dragen. "


 

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.