NL EN

Afgebroken onderhandelingen

De Hoge Raad heeft in 2005 een nieuwe norm neergezet voor de vraag of het afbreken van onderhandelingen gerechtvaardigd is (zie Hoge Raad 12 augustus 2005, nr. C04/163HR, NJ 2005, 467).

Deze luidt als volgt: als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen - die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen - vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn.

Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.

Sinds deze nieuwe maatstaf, zijn - voor zover mij bekend - de meeste uitspraken afwijzend ten opzichte van de partij die meent onterecht 'afgebroken' te zijn. Echter, recent heeft de rechtbank Haarlem anders besloten.

Het gaat hier om twee geanonimiseerde partijen, die hebben onderhandeld over een theatertour met een specifiek format. De onderhandelingen lopen uiteindelijk stuk op een nieuwe (financiĆ«le) eis van de gedaagde partij, welke in een laat stadium wordt gedaan. Eiser had bijvoorbeeld al met medeweten en instemming van gedaagde voorbereidende handelingen verricht met betrekking tot de geplande tour.

Het afbreken van de onderhandelingen is volgens de rechter op zichzelf niet ongeoorloofd, maar de afbrekende partij had volgens de rechter wel rekening moeten houden met de gerechtvaardigde belangen van eiser, omdat die ter voorbereiding van de tour en in het vertrouwen in het tot stand komen van enige overeenkomst reeds kosten had gemaakt. Tot dat vertrouwen had gedaagde - volgens de rechter - tot dan toe ook bijgedragen door een tekst voor het theaterboekje aan te leveren en een aankondiging op zijn website te zetten. Het stond gedaagde dan ook niet zonder meer vrij de onderhandelingen af te breken, aldus de rechter.

De rechter wijst uiteindelijk het zogenaamde positief contractsbelang af (dus de gederfde winst omdat het contract niet tot stand is gekomen), maar wijst vergoeding van de reeds gemaakte kosten toe.

Lees hier de hele uitspraak.

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.