NL EN
De grenzen tussen reëel en materieel vervagen in hoog tempo. Was tot voor kort de computer nog een herkenbaar,
afgegrensd en aanwijsbaar geheel van apparatuur, besturingssysteem en programma's, door virtualisatie, grid‐ en
cloudcomputing vervagen deze begrippen in ruimte en tijd. Een virtuele computer kan op steeds wisselende
machines draaien en dezelfde computer kan op meerdere machines op verschillende plaatsen draaien. Maar ook
begrippen als 'een processor', 'een applicatie', 'een bestand' verliezen hun materiële kenmerken.
Deze nieuwe ontwikkelingen leveren een verhoogde mate van flexibiliteit op, iets wat we doorgaans goed
kunnen gebruiken. Echter, de inrichting van organisaties en de uitgangspunten van ons recht zijn nog
steeds gebaseerd op definieerbare, in ruimte en tijd bemeten zaken en dat staat haaks op de nieuwe
virtuele flexibiliteit.
Het is niet meer vanzelfsprekend
‐ dat gegevens op een locatie in Nederland staan, of
‐ dat gegevens integraal bij elkaar staan op één locatie, of
‐ dat je de enige bent met toegang
‐ dat een snelle restore mogelijk is (waar bevindt zich eigenlijk de back‐up?)
‐ dat de opslag van gegevens fysiek plaatsvindt bij degene met wie je een overeenkomst hebt
gesloten.
Dat levert vragen op:
‐ wie is eigenaar van de gegevens?
‐ wat zijn de gevolgen voor toepasselijke wetgeving (bijv WBP)?
‐ is de beveiliging wel afdoende en gegarandeerd?
‐ bedreigt cloudcomputing continuïteit in mijn (bedrijfs) processen?
‐ waar moet ik op letten bij het afsluiten van contracten?
Om een antwoord te vinden op deze vragen organiseren de sectie IT‐Recht van het Nederlands
Genootschap van Informatici (NGI), de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Informaticadeskundigen
(NVBI) en de Nederlandse Vereniging voor Informatietechnologie en Recht (NVvIR) een symposium.