NL EN

Professor Arno R. Lodder

 

Jouw motto is: Alles is Internetrecht. Dat vraagt om uitleg! Je merkt dat steeds meer recht beïnvloed wordt door het internet, om mezelf aan te halen: “Cruciaal is dat recht beoogt de samenleving te ordenen en een groot deel van de samenleving zich verplaatst naar het internet. Het internet is krant, televisie, bioscoop, winkel, kroeg, rechter, huiskamer, vriendenclub, onuitputtelijke informatiebron, etc.” Ook is het motto bedoeld als reactie op mensen die zeggen dat internetrecht slechts een samenraapsel van andere rechtsgebieden is, wat voor ieder functioneel rechtsgebied geldt. Daarmee onderschatten ze het belang van een juridische analyse door mensen met begrip van het internet. Als je veel met internetrecht vraagstukken bezig bent, stijg je door de combineerde kennis van recht en het object internet boven juristen uit die deze combinatie niet beheersen.

 

Waar heb je gestudeerd? Welke rechtsgebieden hadden toen jouw voorkeur? Ik heb gestudeerd aan de VU, ben afgestudeerd als criminoloog en in de richtingen privaatrecht en informatica en recht. Toen tijdens mijn stage bij Rechtshulp VU een PC werd geïntroduceerd was ik verkocht. Ik heb aan het eind van mijn studie ook wekenlang in Pascal geprogrammeerd, vond het fascinerend dat je de computer kon laten doen wat je hem opdroeg. Tijdens mijn promotieonderzoek in Maastricht heb ik gewerkt aan een dialoog model voor juridische rechtvaardiging en dat ook in Prolog geprogrammeerd.

 

Is de wetenschap voor jou altijd de logische keuze geweest? Nee, mijn eerste sollicitatie was bij MR Expertsystemen in Rotterdam. Het gesprek ging wel goed, en ze lieten ook hun ontwikkelomgeving zien. Ze lieten echter niks meer horen en ik heb ook geen contact opgenomen. Ook was Nauta geïnteresseerd en benaderde mij, maar toen ik hier anderhalf jaar later op terug kwam wisten ze niet waar ik het over had. Op zich trok de advocatuur mij, maar ik heb dacht ik niet verder gesolliciteerd. Wel heb ik aan de RAIO-selectie meegedaan, inclusief assessment. Bij de gesprekken met rechters viel ik nogal door de mand, mijn idee was dat het feit dat ik daar zat genoeg aangaf over mijn belangstelling voor rechterschap maar in het gesprek gaf ik aan dat ook advocaat zijn me erg interessant leek. Bij promotieplekken was ik succesvoller. Het werd Maastricht, een prachtige stad en een stimulerende onderzoeksomgeving.

 

Een hoogleraar die zich verbindt aan een advocatenkantoor. Wat verwacht je van de samenwerking met SOLV? Met Menno Weij heb ik al jaren lang in verschillende hoedanigheden veel contact. Toen hij na afloop van een door ons verzorgde cursus elektronisch contracteren vroeg of ik me aan jullie wilde verbinden heb ik zonder een moment van aarzeling ja gezegd. Ik heb met de officiële ingang per 1 november een nog sterker en beter gevoel dan ik op voorhand al had, voel me enorm verbonden met het prachtige kantoor en de leuke mensen, het is net of ik er al jaren werk. En, wat voor mij altijd belangrijk is: sterke inhoud. Korte gesprekjes zijn vaak al genoeg om interessante input voor onderwijs en onderzoek te krijgen. Zo sprak ik kort met Menno Heerma van Voss en heb gelijk de volgende week een voorbeeld van twee zaken die hij gaf in een college kunnen gebruiken. Dergelijke wisselwerking, waarbij ik hoop en verwacht dat mijn input ook van waarde is voor SOLV, maken de samenwerking voor mij uniek. De bitcoin hoger beroep zaak heb ik al in mee gekeken en input geleverd, dat zijn zeer interessante juridische zaken, bovenop de actualiteit.

 

Wat gaan volgens jou de komende 5 jaar de belangrijkste ontwikkelingen zijn? Tja, in Over de grenzen van het internet. 45 verhalen over recht en onrecht op Facebook, Youtube, Marktplaats, Twitter, Pirate Bay en andere plekken (2014) geef ik aan een slechte voorspeller te zijn en me er maar niet meer aan te wagen (zie ook de voorbeelden die ik in het begin van dit filmpje geef: https://www.youtube.com/watch?v=uXK9jy8lRSk ). Nu waren dit allemaal voorspellingen over technologie, laat ik me nog een keer aan een voorspelling wagen, over het recht. Qua Nederlandse rechtszaken en wetgeving verwacht ik dat het internet daarbij in toenemende mate een juridisch relevante rol zal spelen. Ook verwacht ik dat het nationale recht een minder belangrijke rol door de mobiliteit van mensen en de smartphone die ze daarbij meenemen. Veel op nationale territorialiteit geënte regels, bijvoorbeeld privacy, consumentenbescherming, auteursrecht, zullen zich ontwikkelen tot globale normen. Dit is in ieder geval waar ik in mijn onderzoek in geïnteresseerd ben, wie weet volgt de praktijk ook.